Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/1.10.6
1.10.6 Houders van een gekwalificeerde deelneming
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268573:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Bij de verwerving of vergroting van een gekwalificeerde deelneming in een van deze instellingen geldt een verplichting tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar (vvgb). In dit kader beoordeelt de bevoegde toezichthouder (DNB of de ECB) de reputatie van de (rechts) persoon die de vvgb aanvraagt (zie art. 3:95, 3:99 en 3:100, eerste lid, onder a Wft en, wat betreft centrale tegenpartijen: art. 31, eerste en tweede lid en art. 32, eerste lid, onder a van de EMIR-Verordening). Er geldt een “ja, tenzij”- systematiek: de vvgb wordt verleend tenzij niet aan de voorwaarden is voldaan. In de meeste gevallen is de aanvrager van de vvgb een rechtspersoon. De reputatietoets ziet dan op de personen die de gekwalificeerde deelneming houdende rechtspersoon vertegenwoordigen en het beleid van een financiële onderneming zouden of zouden kunnen bepalen of medebepalen (vergelijk Stb. 2006/519, p. 93).
Ook voor gekwalificeerde deelnemingen in een marktexploitant geldt een vvgb-plicht (art. 5:32d Wft en de Beleidslijn verklaringen van geen bezwaar gekwalificeerde deelneming in een marktexploitant ex art. 5:32d Wft). Voorwaarde voor het verlenen van de vvgb is onder meer de betrouwbaarheid van de aanvrager van de vvgb. Andere relevante elementen zijn de financiële soliditeit van de aanvrager en, indien deze daadwerkelijk invloed kan hebben of heeft op (het beleid van) de marktexploitant, de deskundigheid van de aanvrager.
Art. 2:67, tweede lid en 2:68, tweede lid, Wft.
Art. 10, derde lid, Wtt 2018. Ook de UBO’s (uiteindelijk belanghebbenden) van trustkantoren dienen betrouwbaar en geschikt te zijn, zie art. 47, tweede lid van de gewijzigde Vierde Anti-witwasrichtlijn. Onder uiteindelijk belanghebbende wordt verstaan een natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap heeft over een cliënt, dan wel de natuurlijke persoon voor wiens rekening een transactie of activiteit wordt verricht.
Art. 27, zesde lid CSD-Verordening en art. 13, derde lid van de CSD- Gedelegeerde Verordening. Aandeelhouders van de CSD en personen die in een positie verkeren om direct of indirect zeggenschap over het management van de CSD uit te oefenen dienen geschikt (suitable) te zijn om voor een gezonde en prudente bedrijfsvoering van de CSD te zorgen. De Europese noch Nederlandse wetgever geeft een toelichting bij dit begrip. Verwacht mag worden dat deze personen aan in ieder geval een betrouwbaarheidstoets onderworpen dienen te worden.
Art. 23h, vierde lid Wwft. Ook de UBO’s van cryptodienstverleners dienen betrouwbaar en geschikt te zijn, zie art. 47, tweede lid van de gewijzigde Vierde Anti-witwasrichtlijn.
Onder gekwalificeerde deelneming verstaat art. 1:1 Wft een rechtstreeks of middellijk belang van ten minste tien procent van het geplaatste kapitaal van een onderneming of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van ten minste tien procent van de stemrechten in een onderneming, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een onderneming, waarbij bij het bepalen van het aantal stemrechten dat iemand in een onderneming heeft, tot diens stemrechten mede worden gerekend de stemmen waarover hij beschikt of geacht wordt te beschikken op grond van art. 5:45.
De EMIR-Verordening definieert het begrip gekwalificeerde deelneming als het rechtstreeks of middellijk bezitten van een deelneming in een CTP of een transactieregister van ten minste 10 % van het kapitaal of van de stemrechten, als bedoeld in de artikelen 9 en 10 van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, daarbij rekening houdend met de in artikel 12, leden 4 en 5, van genoemde richtlijn vervatte voorwaarden voor samenvoeging daarvan, dan wel van een deelneming die de mogelijkheid inhoudt substantiële invloed uit te oefenen op de bedrijfsvoering van de CTP of het transactieregister waarin wordt deelgenomen.
De Wtt 2018 en de Wwft definiëren het begrip gekwalificeerde deelneming als een rechtstreeks of middellijk belang van ten minste tien procent van het geplaatste aandelenkapitaal of een daarmee vergelijkbaar belang, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van ten minste tien procent van de stemrechten of een daarmee vergelijkbare zeggenschap.
Zoals hiervoor aan de orde kwam kunnen (meerderheids-)aandeelhouders kwalificeren als medebeleidsbepaler of, onder omstandigheden, zelfs als dagelijks beleidsbepaler (zie 1.10.1 en 1.10.2). Daarnaast bevat de toezichtwetgeving specifieke regelingen voor houders van een gekwalificeerde deelneming in een afwikkelonderneming, bank, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, , entiteit voor risico-acceptatie, premiepensioeninstelling, verzekeraar, betaalinstelling, elektronischgeldinstelling en centrale tegenpartij (reputatietoets),1 in een marktexploitant,2 en voor houders van een gekwalificeerde deelneming in een beleggingsinstelling,3 trustkantoor,4 centrale effectenbewaarinstelling5 of cryptodienstverlener6 (betrouwbaarheidstoets).
Onder houders van een gekwalificeerde deelneming, ook wel “gekwalificeerde aandeelhouders”, wordt in deze studie verstaan de houders van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in art. 1:1 Wft,7 art. 2, onder 20 van de EMIR-Verordening,8 art. 1, eerste lid Wtt of art. 1, eerste lid onder b Wwft.9 In beginsel betreft het houders van een rechtstreeks of middellijk belang van tien procent of meer van het geplaatste kapitaal van de doelonderneming, van de stemrechten of het kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in de genoemde financiële instellingen.
De eisen die gesteld worden aan houders van een gekwalificeerde deelneming en de reputatietoets worden besproken in Hoofdstuk 2, paragraaf 2.2.1, 2.2.3 en 2.4.2.