Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/6.2.1.0:6.2.1.0 Introductie
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/6.2.1.0
6.2.1.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233665:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Schutgens 2009a, p. 19, spreekt in dit verband over voorvragen. De eerste voorvraag betreft de rechterlijke bevoegdheid. De tweede voorvraag is of eiser ontvankelijk is in zijn vordering.
HR 31 december 1915, ECLI:NL:HR:1915:AG1773, NJ 1916, p. 407.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voordat de burgerlijke rechter aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil toekomt, zal hij moeten beoordelen of hij bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. 1 De grondslag voor de bevoegdheid van de burgerlijke rechter is gelegen in artikel 112 lid 1 Gw:
‘Aan de rechterlijke macht is opgedragen de berechting van geschillen over burgerlijke rechten en over schuldvorderingen.’
De strekking van deze bepaling is tot op zekere hoogte vergelijkbaar met die van artikel III, § 2, van de Amerikaanse Grondwet. Waar de bevoegdheid van de Amerikaanse federale rechter op grond van laatstgenoemde bepaling beperkt is tot ‘Cases’ en ‘Controversies’, volgt uit artikel 112 lid 1 Gw dat de burgerlijke rechter bevoegd is om ‘geschillen’ over ‘burgerlijke rechten’ en over ‘schuldvorderingen’ te beslechten. Net als de Amerikaanse rechter kiest de Nederlandse rechter in dit verband voor een ruime benadering. Het vertrekpunt daarvan is gelegen in het arrest Guldemond/Noordwijkerhout.2