Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/424
Rijden terwijl verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9 lid 2 WVW 1994. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408 lid 2 Sv. Ontvankelijkheid hoger beroep en opmerking van raadsman dat verdachte in de veronderstelling verkeerde dat hij tijdig h.b. had ingesteld, nu hij brief in postbus van gerechtsgebouw, dat i.v.m. corona was gesloten, had gedaan. Heeft hof toereikend gemotiveerd geoordeeld dat door verdachte ingesteld h.b. niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingesteld? Nadat voorzitter hof ttz. in h.b. de ontvankelijkheid van het door verdachte ingestelde h.b. aan de orde heeft gesteld, heeft raadsman opgemerkt dat zich probleem heeft voorgedaan bij gerechtsgebouw en dat verdachte de brief in bus heeft gedaan en ervan uitging dat hij zo tijdig heeft laten weten h.b. te willen instellen. ’s Hofs oordeel dat door verdachte ingesteld h.b. niet-ontvankelijk moet worden verklaard, is niet toereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang dat hof bij oordeel over tijdigheid van het instellen van h.b. hiervoor genoemde opmerking (van raadsman) niet kenbaar in zijn overwegingen heeft betrokken, waardoor hof de mogelijkheid heeft opengelaten dat verdachte tijdig h.b. heeft ingesteld. Volgt vernietiging en terugwijzing.
HR 10-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:379
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 maart 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, F. Damsteegt
- Zaaknummer
23/03291
- Conclusie
A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:379, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:138, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑02‑2026
Essentie
Rijden terwijl verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9 lid 2 WVW 1994. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408 lid 2 Sv. Ontvankelijkheid hoger beroep en opmerking van raadsman dat verdachte in de veronderstelling verkeerde dat hij tijdig h.b. had ingesteld, nu hij brief in postbus van gerechtsgebouw, dat i.v.m. corona was gesloten, had gedaan. Heeft hof toereikend gemotiveerd geoordeeld dat door verdachte ingesteld h.b. niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingesteld? Nadat voorzitter hof ttz. in h.b. de ontvankelijkheid ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.