Einde inhoudsopgave
Bijzonder ontslagprocesrecht (MSR nr. 67) 2015/10.3.3
10.3.3 Snelheid en zekerheid
Mr. D.M.A. Bij de Vaate, datum 30-12-2014
- Datum
30-12-2014
- Auteur
Mr. D.M.A. Bij de Vaate
- JCDI
JCDI:ADS360693:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Rechtspleging van onderscheiden aard
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Voetnoten
Voetnoten
We hebben gezien dat voor die situatie door middel van het vragen van toestemming 'voor zover vereist' of het voeren van een voorwaardelijke ontbindingsprocedure snelle zekerheid over het einde van de arbeidsovereenkomst kan worden verkregen. Zie voor de mogelijkheden van deze procedures onder het nieuwe recht § 10.5.2.
Vgl. Smits 2008, p. 46.
Het ligt in dat geval voor de hand om niet van opzegging met toestemming uit te gaan, maar van ontbinding zoals voorzien in de c tot en met h grond in art. 7:669 lid 3 BW.
Althans er zijn geen aanwijzingen om daaraan te twijfelen.
EHRM 27 augustus 1991, nr. 13057/87, § 39 (Demicoli v. Malta); EHRM 29 april 1988, nr. 10328/83, § 64 (Belilos v. Switzerland). Vgl. Kuijer 2004, p. 175.
EHRM 1 oktober 1092, nr. 8692/79, § 33 (Piersack v. Belgium); EHRM 28 november 2002, nr. 58442/00, § 114-116 (Lavents v. Latvia); EHRM 22 juni 2000, nr. 32492/96, § 107 (Coëme e.a. v. Belgium). Vgl. Kuijer 2004, p. 186-187; Smits 2008, p. 273.
Zoals de cao-ontslagcommissie bedoeld in art. 7:671a lid 2 nieuw BW.
Nadeel van de nieuwe herstelprocedure is dat gedurende een langere periode dan nu het geval onzekerheid bestaat voor de werkgever (en de werknemer) over de vraag of de arbeidsovereenkomst door de opzegging daadwerkelijk definitief tot een einde is gekomen. Onder het huidige recht – afgezien van de situatie waarin de werknemer na de opzegging een beroep doet op een vernietigingsgrond1 – bestaat na de opzegging met toestemming van het UWV voor de werkgever zekerheid over het einde van de arbeidsovereenkomst. Een eventuele veroordeling door de rechter tot herstel van de arbeidsovereenkomst kan altijd door de werkgever worden afgekocht. In het nieuwe recht zal pas na het doorlopen van het eventueel door de werknemer ingestelde 'herstelberoep' – nog afgezien van de mogelijkheid tot hoger beroep en cassatie (zie daarover paragraaf 10.5) – voor de werkgever (en werknemer) duidelijk zijn of de arbeidsovereenkomst definitief beëindigd is of niet.
Een andere manier om de strijdigheid van de UWV-procedure met art. 6 EVRM op te lossen, zonder verlenging van de procedure, zou zijn de procedure bij het UWV tot een in het licht van art. 6 EVRM aanvaardbaar niveau op te krikken.2 Daarbij valt in de eerste plaats te denken aan het onderbrengen van de UWV-procedure bij de kantonrechter.3 In dat geval wordt de vaststelling van een burgerlijk recht beslist door een onafhankelijke onpartijdige rechter die ook overigens aan de voorwaarden van art. 6 EVRM voldoet.4 Een andere manier is om het UWV (of een andere instantie) geheel los te koppelen van het bestuur en tot een gerechtelijke instantie in de zin van art. 6 EVRM op te tuigen. Wat als een gerecht ('tribunal') in de zin van art. 6 EVRM heeft te gelden wordt autonoom door het EHRM beantwoord en niet door de classificatie die de lidstaat geeft aan de instantie. Volgens vaste jurisprudentie van het EHRM is een 'tribunal':
'characterized in the substantive sense of the term by its judicial function, that is to say determining matters within its competence on the basis of rules of law and after proceedings conducted in a prescribed manner (...) It must also satisfy a series of further requirements – independence, in particular of the executive; impartiality; duration of its members terms of office; guarantees afforded by its procedure – several of which appear in the text of Article 6 § 1 itself’.5
Bovendien vereist art. 6 EVRM dat er een formeel-wettelijke basis bestaat voor het gerecht, de organisatie en de competentie van het gerecht.6 Voldoet het UWV of een andere – niet klassieke rechterlijke instantie7 – aan deze voorwaarden, dan kan deze instantie zonder probleem in het kader van art. 6 EVRM beslissen over het einde van de arbeidsovereenkomst, zonder dat daartegen beroep hoeft open te staan bij een van de klassieke gerechten in Nederland.