Einde inhoudsopgave
Stille getuigen 2015/5.3.2.2.5.2
5.3.2.2.5.2 Activiteiten buiten het geval van internationale rechtshulp
Mr. B. de Wilde, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. B. de Wilde
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
In HR 1 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO6486 had de raadsman dit betwist, toen een oproeping via TNT op een Italiaans adres was aangeboden.
De Commissie-Swart 1993 constateerde op p. 11 dat buitenlandse getuigen zelden worden opgeroepen om in Nederland te verschijnen. Zij deed op p. 43-44 en 55 de aanbeveling om van deze mogelijkheid vaker gebruik te maken. Ten eerste omdat de Nederlandse rechter dan zelf de getuige kan horen en de betrouwbaarheid van zijn verklaringen kan onderzoeken. Ten tweede omdat dit minder kosten met zich brengt. Zij achtte het wel van belang dat de getuige goed zou worden opgevangen, zijn reis- en verblijfskosten zouden worden vergoed en zijn gederfde inkomsten zouden worden gecompenseerd.
HR 29 september 1992, NJ 1993, 222, r.o. 6.2. De getuige lijkt van grote betekenis te zijn geweest voor de bewezenverklaring.
HR 25 januari 1994, NJB 1994, nr. 80 (p. 201 van de jurisprudentiebijlage). Mijns inziens is in deze zaak te snel aangenomen dat de getuige niet op het desbetreffende Londense adres woonde. De hulp van de Londense autoriteiten had kunnen worden ingeschakeld om de getuige te traceren. De Hoge Raad oordeelde overigens dat de getuigenverklaring niet van beslissende betekenis was. Mogelijk heeft dat een rol gespeeld bij de vaststelling dat de procureur-generaal bij het gerechtshof zich voldoende had ingespannen om de getuige ter zitting te laten verschijnen.
Wanneer een getuige zich in het buitenland bevindt, staat dat gegeven er niet aan in de weg dat de getuige wordt opgeroepen om ter zitting in Nederland te verschijnen. Artikel 588 lid 2 Sv bepaalt dat de oproeping, met of zonder tussenkomst van de buitenlandse autoriteiten, magworden gestuurd naar het buitenlandse adres.1 Van deze mogelijkheid zal ook gebruik moeten worden gemaakt.2 In NJ 1993, 222 was dit niet gebeurd. Het gerechtshof had de oproeping van een zich op Curaçao bevindende getuige nutteloos geacht, terwijl de getuige niet eenmaal was opgeroepen. De Hoge Raad achtte het oordeel van het gerechtshof onbegrijpelijk. Als een getuige niet eerder is opgeroepen, mag er niet zonder meer vanuit worden gegaan dat een oproeping geen succes zal hebben op de enkele grond dat hij zich in een ver weg gelegen land bevindt.3
Bevindt een getuige zich in het buitenland, dan zal deze wel de gelegenheid moeten krijgen om zijn reis en verblijf te regelen. Wordt de getuige pas kort voor de zitting opgeroepen aanwezig te zijn, dan kan het praktisch onmogelijk zijn aan de oproeping gevolg te geven. In zo’n geval zal mijns inziens niet mogen worden geconcludeerd dat een nieuwe oproeping zinloos zal zijn. De Hoge Raad lijkt daarover anders te denken. In een zaak waarin de getuige niet ter zitting was verschenen, was een dagvaarding zes dagen voor de zitting betekend op een Londens adres. De Hoge Raad achtte het oordeel van het gerechtshof dat onaannemelijk was dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn ter zitting zou verschijnen, nu geen verblijfplaats van de getuige bekend was, niet onbegrijpelijk.4