Einde inhoudsopgave
Stille getuigen 2015/5.3.2.2.5.3
5.3.2.2.5.3 Internationale rechtshulp
Mr. B. de Wilde, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. B. de Wilde
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
HR 22 juni 1999, rolnr. 111.014 (niet gepubliceerd). Bij de praktische uitvoering van een getuigenverhoor in het buitenland kan Eurojust ondersteuning bieden. Zie Jaarverslag Eurojust 2013, p. 23 en 26.
HR 10 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU7139; HR 5 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0690; HR 4 november 1997, NJ 1998, 137; HR 20 december 1994, NJ 1995, 264.
Een poging daartoe was ondernomen in de zaak die leidde tot HR 8 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:846. De officier van justitie had aan de autoriteiten van Bangladesh verzocht om toestemming om getuigen in dat land te horen.
HR 12 september 2006, NS 2006, 392, r.o. 3.3.2.
Artikel 1 lid 3 Wet tarieven in strafzaken. Zie over de kosten van getuigenverhoren uitgebreider § 3.2.2.2.
EHRM 3 maart 2011, appl.no. 31240/03 (Zhukovskiy/Oekraïne), § 45. De Commissie- Swart 1993, p. 55 deed de aanbeveling om bij getuigen die niet naar Nederland willen komen, het horen van de getuige per videoconferentie te overwegen als alternatief voor een rogatoire commissie. Zie ook Klip 1995, p. 252-255.
Voor de uitoefening van het ondervragingsrecht is uiteraard van groot belang dat de verdediging de getuige zelf vragen kan stellen. Zie daarover Klip 1992, p. 809-812. Eurojust heeft in enkele gevallen bewerkstelligd dat verdragsstaten een overeenkomst sloten over het bijwonen van een getuigenverhoor door een raadsman. Zie Jaarverslag Eurojust 2013, p. 26-27.
Deze overeenkomst is van toepassing op rechtshulp tussen Nederland en Duitsland.
HR 14 september 1987, NJ 1988, 301, r.o. 7.3.1: ‘Voor zover het middel erover klaagt dat het hof de verdachte niet in de gelegenheid heeft gesteld om vragen te (doen) stellen aan Van der K. als getuige stuit het af op de omstandigheid dat uit de stukken van het geding niet blijkt dat daartoe door of namens de verdachte de wens te kennen is gegeven.’ Mij lijkt dat deze eis te streng is wanneer de verdediging heeft verzocht om een verhoor in het buitenland teneinde de getuige te kunnen ondervragen. Het is voor de rechter dan voldoende duidelijk dat de verdediging haar eigen vragen wenst te stellen. Zie ook Klip 1992.
Koers 2001, p. 168; Commissie-Swart 1993, p. 12 en 44.
Vgl. EHRM 3 maart 2011, appl.no. 31240/03 (Zhukovskiy/Oekraïne), § 46.
HR 28 februari 2003, NJ 2003, 643.
Zie bijvoorbeeld artikel VII van het Verdrag van Wittem inzake het Europees Rechtshulpverdrag. Zie hierover ook Koers 2001, p. 168-172.
Onderzoeken van rechtshulpinstrumenten
Wanneer de verdediging heeft verzocht om ondervraging van een relevante getuige met behulp van internationale rechtshulp, zal een rechter dat verzoek niet mogen afwijzen zonder te hebben onderzocht of de toepassing van het door de verdediging genoemde rechtshulpinstrument zou kunnen leiden tot een ondervraging door de verdediging.1
Internationale rechtshulp is niet mogelijk
Of internationale rechtshulp uitkomst kan bieden, kan niet in het algemeen worden vastgesteld. Doorslaggevend zal steeds zijn of het desbetreffende rechtshulpinstrument geregeld is in een verdrag waarbij Nederland en de staat waar de getuige zich bevindt beide zijn aangesloten. In zaken waarin een verdragsbasis ontbrak, oordeelde de Hoge Raad dan ook dat het oordeel van het gerechtshof dat niet aannemelijk was dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn ter zitting zou verschijnen, niet onbegrijpelijk was.2 Mijns inziens zal in zo’n geval wel moeten worden onderzocht of de autoriteiten van de desbetreffende staat bereid zijn rechtshulp te verlenen langs informele weg.3
Beschikbare rechtshulpinstrumenten
In de Nederlandse jurisprudentie ben ik geen uitspraken tegengekomen waaruit duidelijk blijkt dat de Nederlandse autoriteiten alle beschikbare rechtshulpinstrumenten moeten benutten om een ondervragingsgelegenheid te creëren. Wel heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een rechter het niet onaannemelijk mag achten dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn op een nadere terechtzitting zal verschijnen wanneer de verdediging heeft verzocht om een getuigenverhoor via een rogatoire commissie te realiseren en de rechter de mogelijkheid daartoe niet heeft onderzocht.4
Kosten van rechtshulp
De kosten van internationale rechtshulp die op verzoek van de verdediging plaatsvindt, komen in beginsel ten laste van de verdediging.5 In het bijzonder wanneer een rogatoire commissie naar een ander land afreist, kunnen deze kosten aanzienlijk zijn. Het is goed mogelijk dat de verdachte deze kosten niet kan dragen. Stel dat een rogatoire commissie daardoor niet op pad kan worden gestuurd om een cruciale getuige te ondervragen. Is het ondervragingsrecht dan geschonden? Het ehrm zal er mogelijk wel begrip voor kunnen opbrengen wanneer de overheid de kosten van de rogatoire commissie om budgettaire redenen niet voor haar rekening wil nemen, maar zal dan wel van de rechter eisen dat hij alternatieve vormen van ondervraging overweegt. In de zaak Zhukovskiy oordeelde het ehrm dat de Oekraiense autoriteiten niet hadden onderzocht of een verhoor met behulp van een videoconferentie mogelijk was geweest.6
Aanwezigheid raadsman bij verhoor in buitenland
Of de raadsman een in het buitenland gehouden verhoor mag bijwonen, hangt af van hetgeen daarover in rechtshulpverdragen is geregeld. Van een absoluut aanwezigheidsrecht is dus geen sprake.7 Zo bepaalt artikel 4 van het Europees Rechtshulpverdrag dat de aangezochte staat kan toestemmen in de aanwezigheid van de verdediging, wanneer de verzoekende staat daarom uitdrukkelijk heeft verzocht. Andere verdragen kennen soms meer rechten toe aan de verdediging. Zo bepaalt artikel V van de ‘Overeenkomst van Wittem inzake het Europees Rechtshulpverdrag’ dat het betrokkenen wordt toegestaan bij de uitvoering van een verzoek om rechtshulp aanwezig te zijn.8 Ook wanneer de verdediging op grond van een verdrag een aanwezigheidsrecht heeft, wordt van haar wel verwacht dat zij zelf haar wens te kennen geeft om het verhoor bij te wonen.9 Wanneer een ondervragingsverzoek van de verdediging is toegewezen, is het van belang dat een daarop volgend rechtshulpverzoek uitdrukkelijk aangeeft dat het de bedoeling is dat de verdediging op de hoogte wordt gesteld van de tijd en plaats van het verhoor en in de gelegenheid wordt gesteld dit verhoor bij te wonen.10 Zou Nederland dit nalaten en zou geen andere ondervragingsgelegenheid worden geboden aan de verdediging, dan zal het ehrm het daardoor ontbreken van een ondervragingsgelegenheid vermoedelijk aan de Nederlandse autoriteiten verwijten.11 De Hoge Raad heeft overigens geoordeeld dat het nalaten van een verzoek aan de buitenlandse autoriteiten om de aanwezigheid van de verdediging toe te staan op zichzelf geen strijd oplevert met artikel 6evrm, omdat het mogelijk is om later in de procedure alsnog een rechtstreekse ondervragingsgelegenheid te bieden.12
Hoewel het voor een behoorlijke en effectieve ondervragingsgelegenheid niet noodzakelijk is dat de verdachte zelf de getuige vragen kan stellen, heeft deze in bepaalde gevallen wel het recht om een verhoor bij te wonen. Wanneer hij dit wenst te effectueren, kan dit tot problemen leiden wanneer hij gedetineerd is. In dat geval zal de aangezochte staat er immers voor moeten zorgen dat de detentie voortduurt op zijn grondgebied. Daarvoor zal een aparte basis moeten bestaan in een rechtshulpverdrag.13