RvdW 2026/439:Beklag, beslag ex art. 94a Sv onder klager en ander op woning, auto’s, boot, effectenportefeuilles en bankrekeningen in Zwitserland en Nederland t.l.v. klager en die ander i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek ‘Milwaukee’ t.z.v. verdenking van illegaal aanbieden van online kansspelen, witwassen en deelname aan criminele organisatie, met het oog op ontneming van w.v.v. Proportionaliteit en subsidiariteit van voortzetting van beslag. 1. Kon Rb (economische raadkamer) — in het licht van aangevoerde over wanverhouding tussen waarde van inbeslaggenomen voorwerpen en te verwachten hoogte van mogelijk op te leggen betalingsverplichting — oordelen dat beslag niet in strijd is met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit omdat zij niet kan vaststellen dat sprake is van ‘overbeslag’? Belang bij cassatie nu door raadslieden geschatte waarde van inbeslaggenomen voorwerpen lager is dan hoogte van geschat w.v.v.? 2. Kon Rb — in het licht van aangevoerde over persoonlijke belangen van klager bij opheffing van beslag — oordelen dat voortzetting van beslag in overeenstemming is met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit omdat zij niet kan vaststellen dat klager a.g.v. beslag in zodanig nijpende financiële situatie verkeert dat voortduring van beslag in strijd zou zijn met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met NJ 2026/124, RvdW 2026/433, RvdW 2026/434, RvdW 2026/435, RvdW 2026/436, RvdW 2026/437, RvdW 2026/438, RvdW 2026/440, RvdW 2026/441 en RvdW 2026/442.