Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/11.4.3
11.4.3 Verslaglegging van verklaringen ter terechtzitting
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Tenzij de getuige wordt verdacht van meineed. In dat geval wordt wel direct een op zichzelf staand proces-verbaal opgemaakt.
Soms moet het volgens de wet eerder (zie op dit punt § 8.3.1.3).
De wet verplicht daar ook toe op grond van artikel 281 lid 4 Sv.
Zie ook Van Kampen 2011, p. 7.
In geval van discussie over de weergave van de inhoud beslist de rechtbank. ‘Zoals de rechtbank uiteindelijk de verklaring vaststelt zal deze als woordelijk ter zitting uitgesproken moeten worden beschouwd’ (Melai-Groenhuijsen, art. 326, aant. 2).
Van Kampen 2011, p. 32.
Van Kampen 2011, p. 33.
Van Kampen 2011, p. 30-31. Zie ook Brouwer 2009, p. 208-209.
Van Kampen 2011, p. 7 en 16.
Van Kampen 2011, p. 40 en Brouwer 2009, p. 215.
Zoals in het tiende hoofdstuk reeds duidelijk werd, verschilt de gang van zaken bij het onderzoek ter terechtzitting (en in de raadkamer) van die bij de rechter-commissaris in zoverre dat geen afzonderlijk proces-verbaal van verhoor wordt opgemaakt van verklaringen die ter terechtzitting worden afgelegd. De getuigenverklaring wordt in het proces-verbaal van de gehele terechtzitting opgenomen.1 De griffier stelt het proces-verbaal van de terechtzitting op. De gang van zaken daarbij is als volgt. De griffier maakt tijdens het verhoor – handgeschreven of op de computer – aantekeningen. In eerste instantie wordt volstaan met een verkort proces-verbaal, waarin de ter terechtzitting afgelegde verklaringen nog niet zijn opgenomen. Pas op het moment dat een rechtsmiddel wordt aangewend, dan wordt het proces-verbaal met de inhoud van de verklaringen aangevuld.2 Is het onderzoek ter terechtzitting niet gesloten maar geschorst, dan wordt wel direct een volledig proces-verbaal opgemaakt.3
Wat betreft de vorm van de verslaglegging stipuleert de wet dat het procesverbaal ‘den zakelijken inhoud’ van de ter zitting afgelegde verklaringen behelst (art. 326 lid 2 Sv). Dat is in de praktijk ook het geval. De verklaring wordt opgesteld in de vorm van een samenvatting, waarbij de gestelde vragen in de regel niet worden opgenomen.4 De mate waarin de verklaring wordt samengevat, lijkt in belangrijke mate afhankelijk van de griffier die het procesverbaal opstelt. De wet biedt de gelegenheid om bepaalde passages op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdediging woordelijk te laten opnemen. In dat geval dicteert de voorzitter de verklaring aan de griffier en wordt dat deel van de verklaring voorgelezen.5 Dit is de enige mogelijkheid die de procesdeelnemers tijdens het onderzoek ter terechtzitting hebben om invloed uit te oefenen op de wijze waarop de schriftelijke getuigenverklaring wordt vastgelegd. Van deze mogelijkheid lijkt in de praktijk echter slechts sporadisch gebruik te worden gemaakt.6 Van Kampen wijt dit aan de Nederlandse procescultuur en het grote vertrouwen in de rechterlijke macht, waarbij procesdeelnemers ervan uitgaan dat alle relevante informatie uit de getuigenverklaring wel in het proces-verbaal zal worden genomen.7 Daarbij is op het moment van horen niet altijd duidelijk wat relevant is of zal worden.
De inhoud van het proces-verbaal wordt gecontroleerd door de voorzitter, die het tezamen met de griffier vaststelt en ondertekent. De overige rechters worden hier in beginsel niet bij betrokken, tenzij hier een bijzondere aanleiding toe bestaat (bijvoorbeeld omdat de voorzitter afwezig is of het een complexe zaak betreft). De procesdeelnemers krijgen de in het proces-verbaal neergelegde (getuigen)verklaringen pas veel later onder ogen. Het zittingsproces-verbaal hoeft – als gezegd – in de regel pas te worden uitgewerkt zodra een rechtsmiddel is ingesteld en daarvoor geldt een wettelijke termijn van vier maanden. In de praktijk duurt het veelal ook maanden voordat de inhoud van de ter zitting afgelegde verklaringen aan de hand van de aantekeningen van de griffier worden vastgesteld.8 Alleen in geval van een schorsing heeft de verdediging het proces-verbaal met daarin de afgelegde getuigenverklaringen dus eerder tot haar beschikking.
De mogelijkheden om bij een volgende terechtzitting of eventueel in hoger beroep wijzigingen te doen doorvoeren in de verklaring, indien de verklaring niet compleet is of fouten bevat, zijn daarnaast beperkt. De raadsman kan een verzoek doen tot aanpassing van het zittingsproces-verbaal indien hij van oordeel is dat het proces-verbaal niet klopt, maar dergelijke verzoeken hebben in de regel weinig kans van slagen.9 De wet voorziet immers niet in een zogenoemd herstelproces-verbaal. De juistheid van een dergelijke claim is ook lastig te verifiëren nu opnamen meestal ontbreken en de onderliggende aantekeningen van de griffier ook niet altijd uitsluitsel bieden of juist zijn. In die gevallen is de enige optie tot verificatie het opnieuw horen van de getuige in kwestie, maar daartoe moeten de rechters dan wel bereid zijn.
Thans wordt ook op het onderzoek ter terechtzitting steeds vaker gebruikgemaakt van de mogelijkheden die de audiovisuele techniek biedt als het gaat om het auditief registreren van verhoren. Dit is van belang omdat er in de regel veel tijd verstrijkt voordat de verklaringen aan de hand van de ter terechtzitting gemaakte aantekeningen worden uitgewerkt en de verdediging hier nauwelijks invloed op kan uitoefenen. Aan het pleidooi van Van Kampen uit 2011 om ook de verhoren op het onderzoek ter terechtzitting auditief of audiovisueel te laten vastleggen lijkt gehoor te worden gegeven.10 In de Rechtbank Den Haag worden nu in ieder geval standaard geluidsopnamen gemaakt van het onderzoek ter terechtzitting.