Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/7.4.8
7.4.8 Het formuleren van het dictum
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS303764:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dit verband bijvoorbeeld: Rb. Amsterdam 26 maart 2008, JOR 2008, 125 m.nt. Bartman (‘beveelt Aviva en CGU om in te stemmen met handhaving van het systeem van gecontroleerde coöptatie als benoemingssysteem voor de raad van commissarissen door middel van het uitbrengen van een positieve stem voor een aandeelhoudersbesluit tot statutenwijziging waarin zulks wordt voorgesteld, zulks op de eerste (buitengewone) algemene vergadering van aandeelhouders die door Delta Lloyd wordt bijeengeroepen waar een voorstel voor een dergelijk besluit wordt voorgelegd, welk voorstel wordt gedaan met inachtneming van de overige vereisten van artikel 2:158 lid 12 BW’); Rb.Middelburg 14 april 1998, JOR 2000, 25 (‘gebiedt Sandieson binnen 48 uur na betekening van dit vonnis schriftelijk in te stemmen met een besluit buiten vergadering van de aandeelhouders in VenV waarbij wordt besloten tot de verkoop van het belang dat VenV in VéVéWé Holding houdt tegen de voorwaarden zoals in de dagvaarding paragrafen 22 tot en met 24, alsmede in productie 14 als in het geding gebracht door VenV neergelegd, mits VI en Delta dit besluit in hun hoedanigheid van aandeelhouders van VenV reeds hebben ondertekend’; Rb. Amsterdam 11 oktober 2006, JOR 2007, 32 (‘veroordeelt B om, na betekening van dit vonnis, op de eerstvolgende Algemene Vergadering van Aandeelhouders, door het bestuur van Interroyal bijeen te roepen, te stemmen ten gunste van het onmiddellijk ontbinden van Interroyal, (…)’); Rb. Amsterdam 16 januari 2014, JOR 2014, 157 m.nt. Nowak (‘verbiedt gedaagden sub 1 tot en met 6 ieder voor zich alsmede gezamenlijk om, totdat een rechter anders beslist, in de aandeelhoudersvergadering van RedBlue of buiten die vergadering het besluit te nemen tot ontslag van Kekk als statutair bestuurder van RedBlue, (…)’).
Ook een verbod dat gericht is op de aandeelhouder als persoon, in plaats van op de specifieke aandelen (zie bijvoorbeeld: Rb. ’s-Gravenhage 7 augustus 2002, JOR 2002, 173 m.nt. Van den Ingh), lijkt niet volledig zuiver, omdat het stemrecht de aandeelhouder niet direct maar via het aandeel toekomt (zie in dit verband hoofdstuk 4, paragraaf 4.3.4.4.).
Hof Amsterdam (OK) 15 juni 2011, ARO 2011, 97. Ook komt het voor dat de Ondernemingskamer het stemrecht op alle aandelen in het geplaatst kapitaal van de vennootschap schorst: Hof Amsterdam (OK) 7 augustus 2002, JOR 2002, 193 m.nt. Josephus Jitta (‘schorst het stemrecht op de aandelen in het geplaatste kapitaal van Scheipar B.V.’); Hof Amsterdam (OK) 31 oktober 2002, JOR 2003, 59 (‘schorst het stemrecht op de aandelen in het geplaatste kapitaal van ZDS Trading and Real Estate B.V.’).
Zie in dit verband: Hof Amsterdam (OK) 22 februari 2002, JOR 2002, 63 (‘Schorst bij wege van onmiddellijke voorziening het stemrecht op de door Stichting RNA gehouden en te verkrijgen aandelen in het geplaatste kapitaal van RNA, vooralsnog voor de duur van het geding.’).
Daarbij kan een parallel worden getrokken met het verbod tot vervreemding in de geschillenregeling, waar het de (gedagvaarde) aandeelhouder na het uitbrengen van de dagvaarding zijn aandelen niet mag vervreemden, verpanden of daarop een vruchtgebruik mag vestigen, tenzij de dagvaardende aandeelhouder daarvoor toestemming verleent (artikel 2:338 BW).
In dicta wordt wel eens opgenomen dat ‘de aandeelhouder’ zich op een bepaalde wijze dient te gedragen.1 De vraag is of een dergelijke formulering volledig is. Het is dan wel de aandeelhouder die de stem uitbrengt, maar hij doet dit op basis van bevoegdheden die hem toekomen omdat hij de rechthebbende op de aandelen is. Bovendien verliest hij als aandeelhouder die bevoegdheid wanneer hij zijn aandelen overdraagt. De bevoegdheid wordt dan in beginsel ook door een ander verkregen. Een opvolgende aandeelhouder lijkt niet gebonden aan een dergelijke uitspraak. Ook is niet duidelijk of de aandeelhouder wanneer hij additionele aandelen in de vennootschap verkrijgt, de uitspraak tevens ten aanzien van die aandelen geldt.
Dergelijke problemen kunnen worden voorkomen door een zorgvuldigere formulering van het dictum. Zo kan in het dictum expliciet worden opgenomen ten aanzien van welke aandelen niet mag worden gestemd of op een bepaalde wijze dient te worden gestemd.2 Zie in dit verband bijvoorbeeld het dictum van het reeds hierboven aan de orde gekomen arrest Rickley International B.V:
‘schorst bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, voor zover nodig in afwijking van de statuten, het stemrecht verbonden aan de – thans door Investors Holdco Sàrl gehouden – aandelen genummerd 121 tot en met 400 in kapitaal van Rickley International B.V.’3
Bovendien kan worden opgenomen dat ook het stemrecht op te verkrijgen aandelen wordt geschorst.4 Om tevens complicaties als gevolg van het overdragen van aandelen te voorkomen, kunnen de aandelen bij wijze van voorlopige of onmiddellijke voorziening tijdelijk onoverdraagbaar worden gemaakt.5 Het ligt dan ook voor de hand naast een voorlopige voorziening ten aanzien van het (voorgenomen) gedrag van de aandeelhouder tevens te vorderen dat de aandelen tijdelijk onoverdraagbaar zijn.