Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wenselijk?
Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.4.7.4:2.4.7.4 Conclusie uitspraken van het Europese Hof
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.4.7.4
2.4.7.4 Conclusie uitspraken van het Europese Hof
Documentgegevens:
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS395562:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Concluderend kan worden gesteld dat de uitspraken van het Europese Hof geen einde maken aan de werkelijke zetelleer, maar dat de uitspraken uitnodigen tot erosie van deze doctrine door sommige vennootschappen de mogelijkheid aan te bieden de effecten ervan te vermijden.1 Deze vennootschappen kunnen kiezen voor een rechtsstelsel dat het beste aansluit bij hun preferenties. Dit kan tot gevolg hebben dat de mobiliteit van deze vennootschappen toeneemt. Is deze mobiliteit van vennootschappen onder de incorporatieleer echter voldoende voor het ontstaan van een jurisdictionele competitie op het gebied van het vennootschapsrecht binnen Europa? De uitspraken van het Europese Hof kunnen de introductie van een competitie stimuleren, voornamelijk voor de incorporatie. De herincorporatie blijft in de EU tot op heden lastig, omdat het Europese Hof de herincorporatie met haar uitspraken niet gemakkelijker heeft gemaakt. EU-regelgeving zou voor rechtszekerheid bij statutaire zetelverplaatsing kunnen zorgen en zou de mobiliteit van vennootschappen door herincorporatie kunnen vergroten. In de literatuur is dan ook gesteld dat er in de EU nog geen basis is geschapen voor het creëren van een op Amerikaanse leest geschoeide competitie.2