Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht
Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/5.8.1:5.8.1 Algemeen
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/5.8.1
5.8.1 Algemeen
Documentgegevens:
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS433229:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uitgangspunt voor de vaststelling van de schadeloosstelling is overeenstemming tussen de betrokkenen. Dat zijn de minderheidsaandeelhouder die van zijn uittreed-recht gebruik maakt en de (verdwijnende) vennootschap waarin hij aandelen houdt. Komen zij niet tot overeenstemming dan wordt de schadeloosstelling bepaald door een of meer deskundigen te benoemen door de voorzitter van de Ondernemingskamer.
De wettelijke regeling geeft niet aan op welke wijze de schadeloosstelling dient te worden vastgesteld. Volgens de Memorie van Toelichting bij de Implementatiewet Richtlijn GOF zal de schadeloosstelling 'gebruikelijk' worden vastgesteld op het bedrag dat de tegenwaarde vormt voor de aandelen van de minderheidsaandeelhouder in de verdwijnende vennootschap op het moment dat de ruilverhouding bekend wordt.1
Verder vermeldt de Memorie van Toelichting dat er géén sprake is van een schadevergoeding.
Schade die de aandeelhouder stelt te hebben geleden door het 'verlies' van zijn aandelen in de verdwijnende vennootschap wordt niet verstaan onder de schadeloosstelling als bedoeld in artikel 333h.2
Een derde nuancering die wordt gemaakt is dat geschillen over de vraag of de waarde van de aandelen in de verdwijnende vennootschap is beïnvloed door de fusieplannen of bepaalde contractuele voorschriften in 'deze relatief eenvoudige procedure' niet thuishoren.3
Kortom: de wet geeft een enigszins open-end regeling. Partijen kunnen in onderling overleg de schadeloosstelling bepalen, maar de vrijheid wordt in de Memorie van Toelichting ingeperkt door handvatten te geven welke als uitgangspunt zouden kunnen (of moeten?) gelden.
De open-end regeling die de wet geeft, maakt de weg vrij voor vele mogelijke uitkomsten. Uitkomsten die niet gebaseerd zijn op de voorgestelde ruilverhouding en die kunnen leiden tot problemen. Te denken valt aan de (on)mogelijkheid tot aanpassing van de ruilverhouding, ongewenste zeggenschapsverschuivingen, het verzet van schuldeisers en de rol van de accountant.