Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/2.6.2.1
2.6.2.1 Percentage bronbelasting
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193721:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Uiteraard dient het bronland de fiscale transparantie van de icbe ook te erkennen.
Adema (2009), p. 34.
OECD, The granting of treaty benefits with respect to the income of collective investment vehicles, p. 26, april 2010.
Zie hierover ook het rapport van de OECD, ‘OECD Releases Report on Granting of treaty benefits with respect to the Income of Collective Investment Vehicles’, 12 januari 2009.
Zie voor een overzicht van welke verdragen de SICAV wel en niet gebruik kan maken: https://home.kpmg/content/dam/kpmg/lu/pdf/lu-en-Withholding-tax-study-2015.pdf (geraadpleegd op 5 april 2019). Zie ook Kamerstukken II 2010/11, 25087, nr. 13 (motie waarin wordt geconstateerd dat VBI’s moeten worden uitgesloten van belastingverdragen die een lagere bronbelasting bevatten).
De hoogte van de bronbelasting is uiteraard afhankelijk van het land waarin de bronbelasting wordt ingehouden. Per land kan verschillen of er sprake is van een bronbelasting, wat de hoogte is, eventuele van toepassing zijnde vrijstellingen, etc. De hoogte wordt ook bepaald door de vraag of er een verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing (belastingverdrag) bestaat tussen de lidstaat van de ontvanger en het land waar de bronbelasting wordt ingehouden. Hierbij is ook van belang of de icbe in aanmerking komt voor de voordelen van dat belastingverdrag. Daarnaast is ook relevant wie de ontvanger van het inkomen is waarop de bronbelasting wordt ingehouden. Op sommige ontvangers is een lager percentage van toepassing. Hierbij kan gedacht worden aan pensioenfondsen die in veel belastingverdragen in aanmerking kunnen komen voor een vrijstelling van bronbelasting. Als de feitelijke bronbelasting lager is dan de bronbelasting voor een bepaalde ontvanger zou moeten zijn, wordt óf het juiste percentage direct gehanteerd (relief at source), óf kan de ontvanger van het inkomen een teruggaveverzoek indienen voor het ingehouden bedrag boven het van toepassing zijnde percentage.
De ontvanger van het inkomen is de icbe. Het verdrag dat in dat geval relevant is, is het verdrag tussen de lidstaat van herkomst van de icbe en het land waarin de bronbelasting is ingehouden. Als er sprake is van een fiscaal transparante icbe, zal doorgekeken moeten worden naar de deelnemers in de icbe en is het relevante verdrag het verdrag tussen de lidstaat waarin de deelnemer resideert en het land waarin de bronbelasting is ingehouden.1
Veel van de belastingverdragen zijn gebaseerd op de Organization for Economic Coorporation and Development (OECD) Model Tax Convention. Hierin is een maximale bronbelasting van 15% op dividenden opgenomen en een maximale bronbelasting op rente van 10%.2 Vaak worden lagere tarieven gehanteerd.3 Dit verdrag geldt echter alleen voor personen die resideren in één van de twee verdragsstaten (of in sommige gevallen in beide). De term persoon houdt zowel een individu (natuurlijke persoon), een lichaam als elke andere vereniging of groep van personen in.4 Een lichaam is elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld.5 Onder een ander lichaam kunnen ook transparante icbe’s worden verstaan, icbe’s die dus transparant zijn onder lokale belastingregelgeving. Ook zij kunnen dus persoon zijn onder het OECD-model.6 Naast persoon moet een icbe echter ook fiscaal inwoner zijn van één van de twee verdragsluitende landen. Daarvan is sprake als de persoon belastingplichtig is in één land of beide landen.7 Wat dit precies inhoudt, met name voor vrijgestelde icbe’s, verschilt per land. Hier is onder fiscale beroepsbeoefenaars veel discussie over gevoerd.8 Veel landen vinden de van belasting vrijgestelde icbe’s niet belastingplichtig en dus niet residerend in een land. Daardoor kunnen die icbe’s niet gebruikmaken van het verdrag dat met een dergelijk land is afgesloten. Luxemburgse SICAV’s hebben vaak geen toegang tot deze verdragen.9 Voor de Nederlandse VBI geldt zelfs expliciet dat Nederland het beleid hanteert dat de VBI geen verdragstoegang heeft en om deze reden wenst de Nederlandse fiscus ook geen woonverklaringen te verstrekken waarin wordt bevestigd dat de VBI toegang heeft tot de door Nederland gesloten belastingverdragen. Als gevolg daarvan is de bronbelasting niet gemaximeerd conform het model tot 15% voor dividenden en 10% voor rente-inkomsten.
De hoogte van de bronbelasting is dus afhankelijk van de vraag of een icbe (of de deelnemer in het geval van een fiscaal transparante icbe) toegang heeft tot een belastingverdrag en zo ja, welk percentage is opgenomen in het belastingverdrag dat is afgesloten tussen de lidstaat van herkomst van de icbe en de lidstaat waarin de bronbelasting is ingehouden, en van de van toepassing zijnde lokale vrijstellingen.