Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/11.4.2
11.4.2 Verslaglegging en registratie van verklaringen in het kabinet van de rechter-commissaris
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Van Kampen 2011, p. 5-6.
Dit ligt – zoals in § 9.7.2.1 al werd aangegeven – anders voor financieel-economische zaken.
Naar schatting van de rechter-commissaris die in het kader van dit onderzoek is gesproken, wordt in 1 op de 1000 zaken een schrijftolk ingeschakeld. Het handboek van de rechtercommissaris schrijft voor dat van een schrijftolk gebruik wordt gemaakt: 1) wanneer een persoon wordt gehoord buiten de rechtbank, 2) bij buitenlandse personen die maar beperkte tijd in Nederland wonen en 3) bij langere en meer complexe verhoren. Daarbij is niet de zwaarte van de zaak doorslaggevend, maar de complexiteit van het verhoor en het belang van de verklaring.
De verslaglegging van een getuigenverhoor in het kabinet van de rechtercommissaris verloopt als volgt. De rechter-commissaris maakt tijdens het verhoor aantekeningen en na afloop van het verhoor dicteert hij deze tekst aan de griffier. De griffier is meestal niet het gehele verhoor aanwezig, maar wordt na afloop geroepen. Het komt ook voor dat het verhoor in gedeelten wordt gedicteerd. Dan wordt de griffier dus ook al tijdens het verhoor binnengeroepen. In meer complexe zaken is de griffier gedurende het gehele verhoor aanwezig en krijgen advocaten meestal na het dictaat de gelegenheid om aanpassingen voor te stellen. Sommige advocaten schrijven zelf ook mee tijdens het verhoor, opdat zij bij het maken van opmerkingen over het dictaat uit hun eigen aantekeningen kunnen putten. Ook de getuige kan na afloop van het dictaat wijzigingen voorstellen. De wet schrijft vervolgens voor dat de getuige zijn verklaring ondertekent, nadat die aan hem is voorgelezen of door hem is gelezen en hij heeft verklaard daarbij te volharden (art. 174 Sv). Daar de getuige ook al heeft kunnen meeluisteren tijdens het dicteren, blijft voorlezing in de praktijk na instemming van de getuige vaak achterwege en wordt de verklaring direct na het dicteren door de getuige ondertekend.
In doorsneezaken wordt de verklaring, net als bij de politie, opgetekend in de vorm van een monoloog waarbij veel van de door de rechter-commissaris gestelde vragen worden weggelaten.1 De vragen van de verdediging en de officier van justitie worden in de regel evenmin weergegeven. Meestal volstaat men met de opmerking dat op vragen van de verdediging is geantwoord. Een proces-verbaal in de vraag- en antwoordvorm treft men in ‘gewone’ zaken slechts bij uitzondering aan.2 Op grond van de wet (art. 172 lid 2 en 3 Sv) kunnen de verdachte en de getuige de rechter-commissaris verzoeken om een vraag of een bepaald antwoord (de wet spreekt in dit verband van ‘eenige opgave’) woordelijk in het proces-verbaal te doen opnemen. Van deze mogelijkheid lijkt niet heel veel gebruik te worden gemaakt.
Bij de langere en meer complexe verhoren, bijvoorbeeld in fraudezaken, kunnen zogenaamde ‘schrijftolken’ worden ingeschakeld. Dit zijn mensen die het verhoor letterlijk uitwerken. De inzet van een schrijftolk geschiedt bij hoge uitzondering.3 In een dergelijk geval loopt de bandrecorder mee en wordt de bandopname woord voor woord uitgewerkt door een externe (gecertificeerde) organisatie. Het handboek voor de rechter-commissaris dat wordt gebruikt bij de Rechtbank Amsterdam schrijft voor dat de letterlijke tekst door de rechter-commissaris aan de hand van de geluidsopnamen wordt nagekeken. De woordelijke tekst moet vervolgens door de rechter-commissaris worden geredigeerd tot een leesbaar verhaal, waarbij de haperingen worden verwijderd en het verhaal wordt gestructureerd. De mate van redactie hangt af van de rechter-commissaris. Vervolgens is er een periode waarin de advocaat en de officier van justitie de tekst kunnen inzien en de geluidsband kunnen beluisteren. De verklaring wordt later naar de getuige gestuurd, zodat deze zijn verklaring kan ondertekenen. Het origineel (de transcriptie) komt niet in het dossier, maar wordt evenals de geluidsopname wel bewaard. Het laten meelopen van een bandopname heeft als voordeel voor de rechter-commissaris dat hij zich kan concentreren op het verhoor zelf. Bij verhoren met behulp van een videoconferentie wordt in Amsterdam geen gebruikgemaakt van audioapparatuur. In beginsel wordt een gewoon proces-verbaal opgemaakt. Het lijkt in het kabinet van de rechter-commissaris dus nauwelijks voor te komen dat een verhoor ook audiovisueel wordt opgenomen. De behoefte aan opnamen is bij de rechter-commissaris mogelijk wat minder groot dan bij de politie, omdat de raadsman van de verdachte veelal bij het verhoor aanwezig is. Hij kan direct opmerkingen maken over de inhoud van het dictaat en op die manier controle uitoefenen op de verslaglegging. Dat laat onverlet dat discussies over hetgeen daadwerkelijk is gezegd, niet zo eenvoudig kunnen worden beslecht.