Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/6.5.2.2:6.5.2.2 Uitzondering op de inlichtingenplicht
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/6.5.2.2
6.5.2.2 Uitzondering op de inlichtingenplicht
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Manneke (2006), p. 272-274.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Niet alle inlichtingen hoeven te worden verschaft. Als het verschaffen van de inlichtingen in strijd is met het openbaar belang, dan worden deze niet verstrekt (art. 169 lid 3 Gemeentewet). Met het gebruik van het criterium 'strijd met het openbaar belang' biedt deze bepaling een ruime beoordelingsvrijheid. De tekst van de wet biedt echter geen beleidsvrijheid. Uit de dwingende formulering van het artikellid blijkt dat als eenmaal is vastgesteld dat het vestrekken van de inlichtingen in strijd is met het openbaar belang, het verstrekken van de inlichtingen achterwege moet blijven. Het gaat dus eigenlijk om een verschoningsplicht en niet om een verschoningsrecht.
Het hierveár door het bestuursrecht geïnspireerde verschil tussen beoordelingsvrijheid en beleidsvrijheid moet in dit geval echter niet worden overdreven. In zijn proefschrift over inlichtingenplichten en verschoningsgronden in het staatsrecht toont Munneke namelijk aan dat het begrip 'openbaar belang' zo ondefinieerbaar blijkt, dat het bepalen van strijd met dit openbaar belang in de praktijk altijd neerkomt op een afweging van de belangen die bij het besluit tot informatieverstrekking betrokken zijn.1 Deze belangenafweging past vanuit een bestuursrechtelijke optiek eerder bij beleidsvrijheid, maar is in dit geval niet te voorkomen. In algemene zin betekent dit echter wel dat de marges voor het college breed zijn. Op dit vlak zal politieke druk vanuit de raad (dreigen met wantrouwensoordelen) in de praktijk effectiever blijken in het beteugelen van het college dan juridische scherpslijperij.
De verschoningsplicht is in art. 169 lid 3 gekoppeld aan de inlichtingenplicht. Het ontkoppelen van de inlichtingenplicht en de verantwoordingsplicht bewijst hier zijn waarde. Bij een beroep op het openbaar belang blijft immers de verantwoordingsplicht bestaan. Deze zal dan vooral het karakter krijgen van de verantwoording van de beslissing om gevraagde inlichtingen niet te verschaffen. Uit de verschoningsplicht ten aanzien van de inlichtingen vloeit uiteraard voort dat deze verantwoording niet zover kan gaan dat de inlichtingen over de band van de verantwoording alsnog worden gegeven.
Rechterlijke toetsing van het gebruik van de verschoningsgrond is deels uitgesloten. Op grond van art. 8:5 Awb en de Bijlage (onder B, sub 4) bij deze wet is het niet mogelijk beroep in te stellen bij een bestuursrechter tegen een besluit in het kader van art. 169 lid 3 Gemeentewet. Daarbij hoort uiteraard ook een beroep op de in dat artikellid vervatte verschoningsgrond. Een privaatrechtelijke rechtsgang is uiteraard nooit geheel uit te sluiten. Zou een dergelijke zaak voor de burgerlijke rechter gebracht worden, dan zou deze een beroep op een verschoningsgrond — gelet op de ruime beoordelingsvrijheid ten aanzien van het begrip openbaar belang — slechts marginaal kunnen toetsen.