Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/4.4.2.4
4.4.2.4 De vrijheid van ondernemerschap
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955513:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Everson & Correia Gonçalves 2014.
HvJ EU 22 januari 2013, C-283/11, ECLI:EU:C:2013:28 (Sky Österreich); rov. 32; HvJ EU 4 mei 2016, C-477/14, ECLI:EU:C:2016:324 (Pillbox 38).
Zie daarover kritisch: Sanchez-Graells & Marcos 2015, p. 84-107; Isiksel, HRQ 2016, afl. 2, p. 294-346.
HvJ EU 27 maart 2014, C-314/12, ECLI:EU:C:2014:192 (UPC Telekabel), rov. 49.
HvJ EG 9 september 2004, C-184/02 en C-223/02, ECLI:EU:C:2004:497 (Spanje & Finland/Parlement & Raad), rov. 52; HvJ EU 6 september 2012, C-544/10, ECLI:EU:C:2012:526 (Deutsches Weintor/Land Rheinland-Palz), rov. 54.
HvJ EU 22 januari 2013, C-283/11, ECLI:EU:C:2013:28 (Sky Österreich), rov. 45-46.
HvJ EU 24 november 2011, C-70/10, ECLI:EU:C:2011:771 (Scarlet Extended); HvJ EU 27 maart 2014, C-314/12, ECLI:EU:C:2014:192 (UPC Telekabel); HvJ EU 15 september 2016, C-484/14, ECLI:EU:C:2016:689 (McFadden).
HvJ EU 22 januari 2013, C-283/11, ECLI:EU:C:2013:28 (Sky Österreich), rov. 58-67. Het Hof onderzocht daarnaast de verenigbaarheid van de genoemde regeling met het recht op eigendom (art. 17 lid 1 Handvest). Het Hof oordeelde in dit verband dat Sky zich niet kon beroepen op dat grondrecht, omdat de door haar (na inwerkingtreding van de richtlijn) verworven uitzendrechten weliswaar vermogenswaarde hadden, maar dat in het onderhavige geval geen aanspraak bestond op compensatie (rov. 31-40).
De vrijheid van ondernemerschap is een noviteit uit het Handvest.1 Het grondrecht, vastgelegd in art. 16, heeft een ruim toepassingsbereik en omvat onder meer de contractsvrijheid en de vrijheid om economische en handelsactiviteiten uit te oefenen.2 Het Hof van Justitie heeft in de loop der jaren diverse vormen van inmenging onder de reikwijdte van art. 16 Handvest gebracht.3 De vrijheid van ondernemerschap geeft ondernemingen het recht om, binnen de grenzen van de aansprakelijkheid voor eigen handelingen, vrij te beschikken over hun beschikbare economische, technische en financiële middelen.4 Het Hof heeft herhaaldelijk benadrukt dat de vrijheid van ondernemerschap geen absolute gelding heeft, maar in relatie tot haar sociale functie moet worden beschouwd.5 Hierdoor kunnen beperkingen op de uitoefening van economische activiteiten om redenen van algemeen belang op diverse manieren worden gesteld.6
Vrijheid van ondernemerschap en intellectuele eigendom. De vrijheid van ondernemerschap oefent op verschillende manieren invloed uit op het intellectuele-eigendomsrecht. Zo kan een rechterlijke maatregel ter handhaving van een intellectueel-eigendomsrecht vanwege de kosten of complexiteit ervan de uitoefening van bedrijfsactiviteiten bemoeilijken.7 Aan de andere kant kan ook de rechthebbende een beroep doen op art. 16 Handvest. Een voorbeeld is de zaak Sky Österreich, waarin het Hof van Justitie zich boog over de rechtmatigheid van een bepaling uit de Richtlijn Audiovisuele mediadiensten. Deze bepaling verplichtte lidstaten om omroeporganisaties het recht te geven om korte fragmenten uit te zenden van uitzendingen tegen betaling van een (minimale) onkostenvergoeding aan de rechthebbende. Het Hof stelde vast dat de betrokken regel inderdaad een beperking opleverde van art. 16 Handvest, nu de houder van exclusieve televisie-uitzendrechten niet kon kiezen met welke televisieomroeporganisaties hij zou contracteren en evenmin welke prijs hij zou willen ontvangen. Na een grondige evenredigheidstoets concludeerde het Hof dat de regeling een rechtvaardig evenwicht tot stand bracht tussen de betrokken grondrechten.8