Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/5.6.4
5.6.4 Beschikbaarheid van de LLP
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS400278:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Department of Trade and Industry (1997), supra noot 55, § 2.10, 3.2, 3.19-3.22.
Department of Trade and Industry (1999b), supra noot 67, onder punt 33.
Department of Trade and Industry (1998), `Limited Liability Partnerships: Draft Bill: A consultation document', London: DTI, onder punt 17, 23 en 27.
De vragen waren de volgende: `(i) On the basis of the rights and the obligations set out in the drafi legislation which it is intended will be implied to a LLP, do you have any objections to restricting eligibility to regulated finns? If so, what are they? (ii) Would you have any objections to widening access tot non-regulated finns, once the new entity has been fully tested in an appropriate inaugural phase? If so what are they? (iii) Does restricting access convey an unfür commercial advantage on regulated firms?'
Department of Trade and Industry (1999b), supra noot 67, onder punt 31.
Onder andere de ICAEW en de ICAS.
Trade and Industry Select Committee (1999), supra noot 50, onder punt 31.
Niet alle beroepsorganisaties staan het echter toe dat de vrije beroepsbeoefenaren een LLP oprichten.
Department of Trade and Industry (1999b), supra noot 67, onder punt 35 en 36.
Trade and Industry Select Committee (1999), supra noot 50, onder punt 34 en Department of Trade and Industry (1999b), supra noot 67, onder punt 38 en 39.
Trade and Industry Select Committee (1999), supra noot 50, onder punt 38.
In het consultatiedocument van 1997 had het DTI de LLP alleen beschikbaar gesteld aan gereguleerde vrije beroepen, in het bijzonder aan accountants. Dit uitgangspunt werd in het wetsvoorstel van 1998 voortgezet. Om gekwalificeerd te worden als een gereguleerd vrij beroep moest zijn voldaan aan bepaalde criteria. De reden voor deze beperkte beschikbaarheid was gelegen in de bescherming van de schuldeisers.1 Het zou een bescherming bieden tegen onbetrouwbare beroepsbeoefenaren2 en leiden tot 'verzekerde kwaliteit', een `respectabel profiel', en tot 'status en geloofwaardigheid'.3 Het DTI stelde in het kader van de consultatie een aantal vragen over de beschikbaarheid van de LLP-vorm om te achterhalen hoe men tegen de beperking aankeek.4 Het merendeel van de respondenten was tegen de beperking.5 Sommige beroepsorganisaties stelden hun vraagtekens bij de achterliggende reden.6 Zij zagen deze beperking als oneerlijk, met name in het kader van activiteiten zoals belastingadvies en management consultancy. Hierbij zouden de gereguleerde vrije beroepen met de LLP-vorm naast de vennootschappen zonder de LLPvorm gaan opereren, waardoor er oneerlijke concurrentie zou kunnen ontstaan. De beroepsorganisaties gaven verder aan dat onbetrouwbare beroepsbeoefenaren ook via een kapitaalvennootschap de aansprakelijkheid konden beperken. Wanneer er voldoende andere waarborgen geïntroduceerd zouden worden, dan zou volgens hen beperkte beschikbaarheid overbodig zijn.7
Ook andere problemen zouden kunnen ontstaan door de vereisten voor kwalificatie. Deze eisen waren zodanig streng opgesteld dat vennootschappen grote moeilijkheden zouden ondervinden om eraan te kunnen voldoen. Aanpassingen om uiteindelijke kwalificatie te bemachtigen, zouden enorme kosten met zich brengen. Volgens de beroepsorganisaties was het reguleren van de activiteit ook beter dan het reguleren van de entiteit. De activiteiten van de vrije beroepsbeoefenaren zouden gereguleerd blijven door de vereisten gesteld door de beroepsorganisaties.8 Een extra niveau van regulering voor de bepaling wie de LLP-vorm aan zou kunnen nemen, zou daardoor volgens de beroepsorganisaties achterwege gelaten kunnen worden.9 Verder ontstonden steeds meer personenvennootschappen, waarbinnen verschillende beroepen werden uitgeoefend. Het was onduidelijk wat er zou gebeuren als er bepaalde beroepen wel voor kwalificatie in aanmerking zouden komen en andere niet.10 De Trade and Industry Committee adviseerde dat er geen beperking zou moeten worden opgelegd aan de beschikbaarheid van de LLP-vorm. Zij concludeerde dat als de ministers niet bereid zouden zijn dit standpunt over te nemen, de eventuele introductie van de LLP in het geheel in twijfel zou moeten worden getrokken.11 Het DTI deelde het standpunt van de commissie en gaf in de reactie op het rapport van de commissie aan, dat er geen goede redenen waren voor de voornoemde beperking. Daarom werd de LLP beschikbaar gesteld aan: `ITlwo or more persons associated on a lawful business with a view to profit'.