Stille getuigen
Einde inhoudsopgave
Stille getuigen 2015/5.2.5.6.1:5.2.5.6.1 Getuige weigert te verschijnen
Stille getuigen 2015/5.2.5.6.1
5.2.5.6.1 Getuige weigert te verschijnen
Documentgegevens:
Mr. B. de Wilde, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. B. de Wilde
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 22 juni 2006, appl.no. 62236/00 (Guilloury/Frankrijk), § 60; EHRM 26 juli 2005, appl.nos. 39481/98 & 40227/98 (Mild & Virtanen/Finland), § 44-47.
EHRM 10 juni 2010, appl.no. 75330/01 (Sharkunov & Mezentsev/Rusland), § 44 en 115.
EHRM 5 februari 2009, appl.no. 13769/04 (Makeyev/Rusland), § 10-12, 30 en 41.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer een getuige zich in het buitenland bevindt, heeft de staat waarin de verdachte wordt vervolgd geen mogelijkheden om een getuige te dwingen voor verhoor te verschijnen. Bevindt de getuige zich daarentegen in het eigen land, dan is het niet verschijnen in veel staten strafbaar gesteld. De enkele weigering van een getuige om te verschijnen is dan niet voldoende om te kunnen spreken van een feitelijke onmogelijkheid om een verhoor te organiseren.1
In de zaken Sharkunov & Mezentsev weigerde een getuige gevolg te geven aan een oproeping, omdat zij voor haar minderjarige kind moest zorgen. Het ehrm oordeelde dat niet iedere redelijke inspanning was gedaan om de getuige ter zitting te laten verschijnen.2 De getuige had kunnen worden gedwongen te verschijnen door een bevel tot medebrenging te geven, zo zal de gedachte zijn geweest. Ook een getuige in de zaak Makeyev had de zorg voor een kind. Zij was gedagvaard om ter zitting te worden ondervraagd, maar was niet verschenen. Daarom werd de zitting geschorst. De rechter gaf een bevel tot medebrenging voor de volgende zitting. Het ehrm stelde echter vast dat de politie pas op de dag van de zitting contact opnam met de getuige en de dagvaarding aan haar uitreikte. Omdat zij zo laat werd geïnformeerd over de zitting, was het voor haar niet mogelijk een oppas te regelen voor haar net geboren baby. Onder deze omstandigheden kon het uitblijven van een ondervragingsgelegenheid aan de autoriteiten worden verweten.3