Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/4.3.5.3
4.3.5.3 Scholingsbijdragen
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943563:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.a. De Wolff, in: Arbeidsovereenkomst, art. 7:611a BW, aant. 2 (online, bijgewerkt 27 september 2022).
Art. 7:611a BW.
Zie bijv. art. 9 lid 8 Algemene voorwaarden Randstad voor het werven, selecteren en ter beschikking stellen van arbeidskrachten per 1 juli 2023.
Deze verplichting volgde uit implementatie van EU Richtlijn Transparante en Voorspelbare Arbeidsvoorwaarden, zie Stb. 2022, 277 (Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden).
Zie bijv. art. 9 lid 8 Algemene voorwaarden Randstad voor het werven, selecteren en ter beschikking stellen van arbeidskrachten per 1 juli 2023 en art. 11 lid 2 Algemene voorwaarden van Yacht 1 augustus 2022.
Zie art. 9 lid 8 Algemene voorwaarden van Randstad voor het werven, selecteren en ter beschikking stellen van arbeidskrachten per 1 juli 2023 en art. 11 lid 2 Algemene voorwaarden van Yacht 1 augustus 2022. Anders: uit art. 7 lid 6 Algemene Voorwaarden RGF Staffing The Netherlands blijkt dat de onder RGF vallende uitzendbureaus wel afspreken dat opdrachtgevers betalen voor de perioden van afwezigheid waarin overige – niet voor de opdracht benodigde – scholing wordt gevolgd.
Art. 30 lid 4 en 31 Uitzend-cao januari 2023-januari 2024 (versie mei 2023). Dit was ook al opgenomen in de versies van de Uitzend-cao van 2019-2021 en 2021-2023.
Scholingsbijdragen komen er in de praktijk vaak op neer dat de werkgever werktijd beschikbaar stelt gedurende welke de scholing gevolgd mag worden, de kosten voor de organisatie van de scholing betaalt en eveneens het loon van de aan scholing deelnemende werknemers doorbetaalt.1 Scholingsbijdragen die bij de inlener gelden, kunnen zien op scholing die voor de functie bij de inlener noodzakelijk is of scholing voor de algemene, duurzame inzetbaarheid van werknemers, ook buiten de onderneming van de inlener.2
Bijdragen voor voor de functie noodzakelijke scholing
Wat betreft de eerste soort bijdragen, is relevant dat het uitzendbureau als werkgever wettelijk verplicht is werknemers in staat te stellen scholing te volgen die noodzakelijk is voor het uitoefenen van de functie.3 Uitzendbureaus berekenen kosten voor dergelijke scholing door in het tarief dat de inlener betaalt.4 Sinds 1 augustus 2022 zijn werkgevers bovendien verplicht alle kosten daarvan te dekken indien de scholing verplicht is gesteld in de wet, een cao of een regeling van een bestuursorgaan.5 Wat betreft dit type scholing wordt de uitzendkracht in vergelijking met werknemers van de inlener dus niet nadeliger behandeld ten aanzien van voor de functie bij de inlener noodzakelijk scholing.
Ongelijke behandeling kan wel ontstaan als de inlener bepaalde scholing voor de functie noodzakelijk acht, maar het volgen van deze scholing niet voor de functie verplicht is op basis van wet, cao of regeling van een bestuursorgaan. De Algemene Voorwaarden van uitleners laten echter zien dat de kosten ook dan in rekening worden gebracht bij de inlener.6 Uitzendbureaus ondervinden geen bijzonder nadeel van het waarborgen van deze scholingsbijdragen van de inlener voor uitzendkrachten. Het is voorts geen gerechtvaardigde verwachting van inleners tijdens de inlening te vereisen dat de werknemer bepaalde scholing gaat volgen, maar daarvan zelf de kosten draagt. Ongelijke behandeling ten aanzien van voor de functie noodzakelijk (geachte) scholingsbijdragen is dus, gezien de aard en context van de eigen activiteiten en de gerechtvaardigde verwachtingen van opdrachtgevers, niet noodzakelijk voor het bereiken van legitieme doelstellingen en dus geen gerechtvaardigd personeelsbeleid van het uitzendbureau.
Bijdragen voor duurzame inzetbaarheidsscholing
Werkgevers, en dus ook uitzendbureaus, zijn niet wettelijk verplicht bijdragen voor scholing voor duurzame inzetbaarheid aan te bieden. Werkgevers bieden dergelijke scholingsbijdragen tegenwoordig echter wel vaak aan. Uitzendbureaus kunnen de kosten van deze soort scholing doorgaans niet in rekening brengen bij de inlener.7 Indien de inlener aan zijn werknemers bijdragen voor dergelijke scholing biedt, bestaat ongelijke behandeling als de uitzendkracht niet minstens dezelfde bijdragen ontvangt.
Een uitzendbureau is er bij uitstek in gespecialiseerd werknemers te plaatsen op de arbeidsmarkt en te begeleiden naar nieuw werk. Het idee dat een inlener moet bijdragen aan de duurzame inzetbaarheid van de uitzendkracht staat op gespannen voet met de gerechtvaardigde verwachting dat het inlenen van uitzendkrachten beantwoordt aan een flexibele personeelsbehoefte. Ongelijke behandeling ten aanzien van bijdragen voor duurzame inzetbaarheidsscholing is, gezien de aard en context van de activiteiten van het uitzendbureau en de gerechtvaardigde verwachtingen van opdrachtgevers, noodzakelijk om legitieme doelstellingen te bereiken. De gevolgen van de ongelijke behandeling zijn voor de uitzendkracht te overzien. Uitzendbureaus hebben doorgaans eigen regelingen voor duurzame inzetbaarheid voor werknemers, bestaande uit zowel financiële als praktische ondersteuning. Op basis van de uitzend-cao zijn uitzendbureaus hiertoe sinds een aantal jaren ook verplicht.8 Daarmee is de ongelijke behandeling ook proportioneel en dus een gerechtvaardigd personeelsbeleid van het uitzendbureau.