Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/3.8.6
3.8.6 Geen duidelijke lijn
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS302580:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Van Schilfgaarde/Winter & Wezeman 2013, nr. 4-5.
Hamers, Schwarz & Steins Bisschop 2005, p. 6.
Er zijn natuurlijk wel praktische argumenten om anders te redeneren, zoals bijvoorbeeld efficiënte(re) besluitvorming en dat het als onmogelijk kan worden beschouwd om alle betrokken belangen te overzien, laat staan adequaat af te wegen.
Carrol 1996, nr. 74.
Eventueel kunnen bijvoorbeeld op grond van de statuten ook aan andere belanghebbenden zeggenschapsrechten toekomen.
Denk aan toezichthouders die op grond van de wet bepaalde bevoegdheden hebben, zoals in het geval van financiële instellingen De Nederlandse Bank en de Autoriteit Financiële Markten en in het geval van woningcorporaties het Centraal Fonds Volkshuisvesting.
Geconcludeerd moet worden dat de wetgever geen consequent beleid voert als het aankomt op de vraag welke belangen dienen te worden meegewogen door het bestuur. De wetgever lijkt eerder een pragmatisch beleid te voeren, waarbij hij per bevoegdheid/recht kijkt aan welke belanghebbenden de bevoegdheid/het recht moet worden toegekend. Dit kan een bewuste keuze zijn, maar als gevolg hiervan ontbreekt wel een uniform systeem. Het begrip ‘belanghebbende’ in de jaarrekeningprocedure lijkt nog het meest te zijn uitgewerkt, maar desalniettemin wordt in andere omstandigheden niet aangesloten bij de in dat kader geformuleerde reikwijdte van het begrip. In grote lijnen kan wel worden gesteld dat aandeelhouders en werknemers doorgaans als de belangrijkste belanghebbenden worden aangemerkt, omdat zij de meeste invloed op de vennootschap hebben. Ik zou willen betogen dat de aandeelhouder doorgaans zelfs de belangrijkste belanghebbende is. Maar wie zijn nu de belanghebbenden bij de vennootschap? Ik laat mij voornamelijk inspireren door de opvattingen ten aanzien van het begrip belanghebbende van Van Schilfgaarde, Winter en Wezeman1 en Hamers, Schwarz en Steins Bisschop.2 Allereerst merk ik op dat het bestuur mijns inziens in beginsel rekening dient te houden met de belangen van alle belanghebbenden bij een besluit in een concrete situatie. Ik kan mij geen dogmatisch argument3 indenken waarom dit anders zou zijn. Immers, wat kan rechtvaardigen dat een groot belang wel wordt meegewogen, maar een klein belang niet? Zolang de belangen maar naar rato van hun ‘invloed’ worden meegewogen, dient het bestuur ze te betrekken bij haar besluitvorming. Voor wat betreft de definitie van de belanghebbenden zou ik mij kortom willen aansluiten bij de definitie van Carrol.4
Vervolgens is de vraag of er dan ook een onderscheid kan worden gemaakt tussen de verschillende belanghebbenden. Ik meen dat dit onderscheid kan worden gemaakt aan de hand van de mogelijkheden die de wet biedt aan deze belanghebbenden om invloed uit te oefenen op de vennootschap, waarbij ik een onderscheid maak tussen interne belanghebbenden, direct externe belanghebbenden en indirect externe belanghebbenden.
Interne belanghebbenden zijn de belanghebbenden aan wie binnen de vennootschappelijke structuur wettelijke (mij daarbij niet beperkende tot Boek 2 BW) of statutaire zeggenschapsrechten toekomen. Dit is het geval voor aandeelhouders, werknemers, bestuurders en commissarissen.5 Direct externe belanghebbenden zijn diegenen die op grond van andere rechtsbetrekkingen in relatie tot de vennootschap staan, en op grond daarvan een belang bij de vennootschap hebben. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan leveranciers, consumenten, externe toezichthouders,6 obligatiehouders en andere financiers. Tot slot zijn er de indirect externe belanghebbenden. Zij hebben geen directe relatie met de vennootschap, maar kunnen wel indirecte invloed uitoefenen, bijvoorbeeld middels ‘the courts of public opinion’. Hierbij kan worden gedacht aan belangenorganisaties, de overheid en de lokale gemeenschap.