Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/2.4.4
2.4.4 Verhouding bewijstheorieën
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Bex & Verheij 2010, p. 940.
Hij is echter geen voorstander van de Bayesiaanse aanpak (Van Koppen 2011, p. 220 e.v.).
Volgens Van Koppen wint het scenario dat de bewijsmiddelen het beste voorspelt. Hij hanteert daarbij het weddenschapsmodel. Amaya gaat daarentegen uit van coherentie bij de keuze van het ‘winnende’ scenario.
Vgl. Sjerps 2008, p. 478, die stelt dat ‘een hypothese een scenario is dat voor de rechter of een andere juridische beslisser van belang kan zijn als mogelijke verklaring voor een bepaalde gebeurtenis in een strafzaak’.
Zie bijv. Aben 2011, p. 48, die de vraag aan de orde stelt of de verhaaltheorie moet worden gezien als rechterlijke beslistheorie. Zie ook Verheij 2011, p. 210.
Zie ook Anderson, Schum & Twining 2005, p. 157-158. Volgens Anderson en collega’s gaan de holistische en atomistische benadering hand in hand. In hun optiek blijven atomistische analyses het centrale instrument voor het identificeren van de plausibele verhalen, voor het checken van die verhalen op consistentie en coherentie en voor het kiezen tussen die verhalen.
Zie voor een overzicht Taverne e.a. 2013, p. 52-55.
In het Nederlandse strafproces ligt een deel van het verhaal al wel besloten in de tenlastelegging, doordat daarin ook vaak een feitelijke omschrijving wordt gegeven van hetgeen zich zou hebben voorgedaan, waarbij soms meerdere varianten of alternatieven zijn opgenomen.
Hoewel de hiervoor besproken benaderingen zijn gepresenteerd als alternatieven, zijn het theorieën die elkaar kunnen aanvullen en beïnvloeden. Om die reden zijn er ook auteurs die een gemengde benadering voorstaan. Zo hanteren Bex en Verheij een gemengd argumentatief-narratief perspectief, waarbij de verhalen een belangrijke functie hebben bij het vormen van alternatieve hypothesen over het gebeurde, terwijl met behulp van redeneringen de verbinding tussen de bewijsmiddelen en de feiten in het verhaal kan worden geanalyseerd. 1 Ook Van Koppen, een van de bedenkers van de theorie van verhaal en verankering, kiest in zijn nieuwe boek Overtuigend bewijs een enigszins ander perspectief door in zijn narratieve benadering ook het waarschijnlijkheidsdenken (in termen van alternatieve scenario’s) te incorporeren.2 Bij het komen tot een bewijsbeslissing dient het verhaal in de tenlastelegging tegen concurrerende scenario’s te worden afgewogen aan de hand van het beschikbare bewijsmateriaal, hetgeen in feite neerkomt op een abductief redeneerproces zoals eerder geschetst.3
Geconstateerd moet worden dat geen consensus bestaat over de te hanteren benadering. Op dit moment is het zo dat in de literatuur verschillende benaderingen worden voorgestaan zonder dat precies duidelijk is hoe deze zich tot elkaar verhouden. Er bestaat in ieder geval geen geïntegreerde bewijstheorie, die onder juristen en in andere op het recht georiënteerde disciplines breed wordt gedragen. Een complicerende factor in dit verband is dat door verschillende auteurs een andere terminologie wordt gehanteerd. Zo spreken statistici over hypothesen, auteurs die een narratieve benadering voorstaan over verhalen en scenario’s, terwijl taalkundigen spreken over proposities en de jurist het heeft over ‘lezingen’ (de lezing zoals verwoord in de tenlastelegging en de lezing van de verdediging). In alle gevallen gaat het echter om mogelijke verklaringen voor en redeneren met het voorhanden zijnde bewijsmateriaal in een bepaalde strafzaak.4
Wat betreft de toepasbaarheid van de voornoemde bewijstheorieën kan worden gesteld dat de narratieve benadering waarschijnlijk het meest overeenkomt met de feitelijke gang van zaken in de praktijk waarbij het ‘verhaal’ zoals verwoord in de tenlastelegging het startpunt vormt. Hoewel verhalen onmisbaar zijn voor de duiding van individuele bewijsstukken, zijn aan de narratieve benadering ook de meeste risico’s verbonden. Een mooi verhaal is immers niet noodzakelijkerwijs een juist verhaal. De theorie omtrent verhaal en verankering heeft duidelijk een descriptief karakter, maar er bestaat nog discussie in hoeverre deze ook voldoet als prescriptieve theorie.5 Ook speelt argumentatie in de praktijk van het recht van oudsher een belangrijke rol. De argumentatief schematische benadering, zoals die wordt voorgestaan door Anderson en collega’s, is echter lastig toe te passen zeker in de meer complexe zaken, omdat het in schema zetten van de bewijsmiddelen een zeer tijdrovende exercitie is. Ook voor de probabilistische benadering geldt dat deze ver afligt van de praktijk, nu de bewijswaarde zich in de meeste gevallen niet laat kwantificeren. Niettemin moet worden geconstateerd dat denken in termen van waarschijnlijkheid de afgelopen jaren steeds belangrijker is geworden.
In het vervolg van dit onderzoek zal gebruik worden gemaakt van de hiervoor beschreven bewijstheorieën, waarbij de holistische en atomistische benaderingen worden gezien als complementair. De holistische benadering is van belang om bewijsmateriaal in perspectief te kunnen plaatsen en alternatieve scenario’s of hypothesen te achterhalen. Een meer atomistische benadering is onmisbaar als het gaat om het toetsen van de waarschijnlijkheid van de beschikbare scenario’s of hypothesen, aangezien daarvoor de kwaliteit van de dragende bewijsmiddelen mede in hun onderlinge relatie moet worden geanalyseerd.6
Tot slot is nog een opmerking over het onderscheid tussen hypothesen en scenario’s op zijn plaats. In de praktijk en de literatuur blijken er uiteenlopende opvattingen te zijn over wat hypothesen en scenario’s zijn en in welke verhouding zij tot elkaar staan.7 Om het hypothetisch karakter van de tenlastelegging te benadrukken wordt in het vervolg gesproken van de hypothese in de tenlastelegging ofwel de schuldhypothese. Het woord scenario wordt gebruikt in relatie tot het achterliggende verhaal.8 Zowel achter de schuldals achter de onschuldhypothesen kunnen verschillende scenario’s schuilgaan.