RvdW 2026/429:Medeplegen mishandeling door samen met zijn zoon (n.a.v. woordenwisseling over betaling van huur voor caravan aan ander) die ander een klap tegen zijn rechter slaap te geven en meerdere keren tegen zijn lichaam te slaan en te schoppen, art. 300 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. 1. Kon hof de verklaring van aangever voor bewijs gebruiken? 2. Verweer dat er onvoldoende buurtonderzoek is gedaan. 3. Verweer dat getuige niet is gehoord. 4. Verweer m.b.t. mogelijkheid dat letsel door val is ontstaan. 5. Bewijsminimum, art. 342 lid 2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangever voldoende steun in ander bewijsmateriaal? HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Hof heeft toereikend gemotiveerd waarom het (anders dan verdediging heeft betoogd) de verklaring van aangever tot uitgangspunt heeft genomen. Ad 2. Ttz. in hoger beroep is op dit punt geen verweer gevoerd en in cassatie is dit niet op enigerlei wijze onderbouwd. Ad 3. Hof heeft hetgeen ttz. in h.b. is aangevoerd niet als responsieplichtig verweer hoeven te beschouwen, nu verdediging slechts heeft geconstateerd dat betrokkene niet als getuige is gehoord, terwijl dat had gekund, in aanmerking genomen dat namens verdachte in h.b. geen verzoek is gedaan deze getuige te horen. Ad 4. Klacht dat hof niet is ingegaan op verweer m.b.t. mogelijkheid dat letsel door val is ontstaan, mist feitelijke grondslag. Hof heeft gemotiveerd waarom het heeft geoordeeld dat verklaring van aangever wordt ondersteund door geconstateerd letsel en waargenomen geschreeuw. Ad 5. Uit bewijsmotivering volgt dat verklaring van aangever wordt ondersteund door waargenomen letsel en gebonk en geschreeuw. Van schending van art. 342 lid 2 Sv is derhalve geen sprake. Volgt verwerping. Samenhang met RvdW 2026/430.