De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.10.5.3:5.10.5.3 Examen Wiskunde (2017)
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.10.5.3
5.10.5.3 Examen Wiskunde (2017)
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949564:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rechtbank Rotterdam 30 augustus 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:6729.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 2017 ontstond er een geschil over het eindexamen Wiskunde waar een leerling een 4.8 voor haalde.1 Op verzoek van de vader van de leerling is het examen opnieuw beoordeeld door beide correctoren. De tweede corrector weigerde de beoordeling aan te passen, daardoor bleef de oude beoordeling in stand. Ook in deze zaak stelt de burgerlijke rechter dat hij slechts kan ingrijpen indien sprake is van een apert onjuiste of onzorgvuldige beoordeling. De leerling heeft drie hoogleraren Wiskunde gevraagd om naar het examen te kijken. Zij komen tot de conclusie dat de benadering die de leerling heeft gebruikt wiskundig volledig correct is. De burgerlijke rechter komt vervolgens tot de volgende conclusie:
“Per saldo heeft [eiser] dus bij vraag 6 een bewijsredenering opgesteld die weliswaar niet overeenkomt met het beoordelingsmodel (en wellicht ook niet voor de hand liggend en/of elegant is), maar wel vakinhoudelijk (grotendeels) correct is.”
Omdat beide correctoren hiervoor geen punten hebben toegekend in eerste instantie dienen de correctoren tezamen tot een herbeoordeling van het examen te komen. De burgerlijke rechter loopt nog niet vooruit op de uitkomst van de herbeoordeling. Hierop zou niet vooruitgelopen kunnen worden omdat niet getreden kan worden in de uitvoering van gebonden bevoegdheden. De bevoegdheid om de uitslag vast te stellen ligt volgens de rechter uiteindelijk, op voorstel van de correctoren, bij het bevoegd gezag.