Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/6.5.9
6.5.9 Gevolgen van een gehomologeerd akkoord
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197793:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zijn schuldeisers of aandeelhouders niet juist opgeroepen, dan moet de rechtbank het homologatieverzoek afwijzen (tenzij ze alsnog het akkoord aanvaarden), zie par. 6.5.7.
Art. 385 tweede volzin Fw.
In de eerdere consultatieversies van de WHOA ontbrak een vergelijkbare bepaling nog.
Zie hierover uitgebreid par. 6.5.6.
Vgl. Bork 2012, p. 257 en Tollenaar 2017a, p. 75 en p. 88. Zo stond het ook vermeld in art. 382 eerste consultatieversie WHOA.
Zie par. 5.4.5, par. 5.4.7 en par. 4.3.7.
Payne 2014, p. 40 en p. 85. Zie voor Duitsland par. 5.4.4.
Wanneer de hiervoor genoemde afwijzingsgronden zich niet voordoen, homologeert de rechtbank het akkoord. Een gehomologeerd akkoord is verbindend voor alle aandeelhouders en schuldeisers die stemgerechtigd zijn.1 Dit betekent dat niet alleen de aandeelhouders en de schuldeisers die hebben ingestemd met een wijziging van hun rechten en vorderingen gebonden zijn, maar ook de tegenstemmende, stem onthoudende of blanco stemmende aandeelhouders en schuldeisers. Zelfs aandeelhouders en schuldeisers die niet aanwezig waren bij de stemming zijn gebonden, zolang zij juist zijn opgeroepen.2 Zij hadden de mogelijkheid zich uit te spreken over het akkoord. Bij aandeelhouders zal de oproeping geen problemen opleveren, aangezien in het aandeelhoudersregister staat wie aandelen houdt in de vennootschap.
Wanneer sprake is van een scheiding tussen de juridische gerechtigdheid en de economische gerechtigdheid tot een aandeel of een vordering en de economisch gerechtigde stemt over het akkoord, bindt het akkoord ook de juridisch gerechtigde.3 Anders zou de laatstgenoemde zijn rechten kunnen blijven uitoefenen jegens de vennootschap.4 Zoals vermeld in paragraaf 6.5.6, meen ik dat de juridisch gerechtigde, gezien zijn gebondenheid aan het akkoord, ook moet worden opgeroepen voor de homologatiezitting en bezwaar moet kunnen maken. Dit is wenselijk uit een oogpunt van rechtsbescherming. Het zou dan ook zuiverder zijn in de WHOA op te nemen dat alle betrokken partijen wier rechten wijzigen door het akkoord en die door de vennootschap zijn opgeroepen voor de homologatiezitting (en bezwaar mogen maken5), gebonden zijn aan het akkoord.6 Eenzelfde benadering komt in Duitsland en Engeland voor.7 Overigens speelt in deze landen niet het probleem van scheiding van de economische gerechtigdheid en de juridische gerechtigdheid tot een aandeel of een vordering, aangezien de juridisch gerechtigde partij is bij een akkoord en mag stemmen.8
De beschikking van de rechtbank treedt in de plaats van besluiten van de algemene vergadering die nodig zijn voor de uitvoering van het akkoord.9 Deze besluiten en de (eventueel) benodigde uitvoeringshandelingen komen apart in paragraaf 6.5.11.4 aan bod.
Tot slot levert het vonnis van homologatie voor schuldeisers met niet betwiste vorderingen in beginsel tevens een voor tenuitvoerlegging vatbare titel op jegens de vennootschap (en borgen), voor zover de schuldeisers onder het akkoord een vordering krijgen tot betaling van een geldsom.10 Komt de vennootschap het akkoord niet na, dan kunnen de bij het akkoord betrokken aandeelhouders en schuldeisers een schadevergoeding vorderen van de vennootschap.11 De ontbinding van het akkoord kan onder het akkoord worden uitgesloten.12