De rol van de paritas creditorum bij een faillissement
Einde inhoudsopgave
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/8.2:8.2 Appel wetgever
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/8.2
8.2 Appel wetgever
Documentgegevens:
mr. M.J. Noteboom, datum 31-05-2022
- Datum
31-05-2022
- Auteur
mr. M.J. Noteboom
- JCDI
JCDI:ADS686137:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dit verband ook recente oproepen in de Tweede Kamer tot aanpassing van de wetgeving (Handelingen II 2019-2020, 35225, nr. 20, p. 26, 27, 41 en 42).
Zie de diverse bijdragen van schrijvers in Rikkert e.a. 2022 over wat zij noemen het herverdelingsvraagstuk. Daarnaast verwijs ik naar de in het Tijdschrift voor Insolventierecht gestarte serie artikelen waarin de auteurs zich bezinnen op titel 3.10 van het Burgerlijk Wetboek over het systeem van verhaal en voorrang (Heilbron 2021).
Zie Karapetian, Lennarts & Verstijlen 2021.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De paritas creditorum heeft bestaansrecht ondanks het feit dat in de praktijk van deze regel in economische zin relatief weinig terecht komt, zo is hiervoor geconstateerd. Dit gegeven laat onverlet dat met het oog op de meta-juridische belangen bevorderd moet worden dat er meer van de regel terecht komt. Juist omdat een evenredige verdeling het meest eerlijk wordt gevonden, is het wenselijk dat een groter deel van het gemiddelde actief in een faillissement verdeeld wordt onder de concurrente crediteuren overeenkomstig de hoofdregel van de paritas creditorum.
Tegen deze achtergrond verdient het aanbeveling om waar mogelijk regelgeving zodanig aan te passen dat de concurrente schuldeisers in een gemiddeld faillissement er minder bekaaid vanaf komen (in vergelijking tot de preferente schuldeisers en de boedelschuldeisers).1 De wenselijke verdelingsregels in het kader van een faillissement staan de laatste tijd in de literatuur in de belangstelling.2 In dit verband breng ik in het bijzonder onder aandacht het rapport dat door de Rijksuniversiteit Groningen is uitgebracht aan het WODC en waarin onderzoek is verricht naar de vraag welke maatregelen zouden kunnen worden getroffen om de positie van concurrente schuldeisers in een faillissement te verbeteren.3 Via deze weg roep ik de wetgever op om een concreet vervolg te geven aan de uitkomsten van dit onderzoek. Dit zou kunnen door de wijzigingen die de onderzoekers suggereren in de vigerende faillissementsrechtelijke regelgeving door te voeren of door andere wijzigingen te realiseren die de positie van de concurrente schuldeisers verbeteren, alles met als doel dat (meer) recht wordt gedaan aan de meta-juridische belangen achter de paritas creditorum.