Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/8.7
8.7 Consequenties voor de positie van de verkoper
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS393739:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor pleidooien het eigendomsvoorbehoud vorm te geven als een pandrecht in het bijzonder vanwege de onduidelijkheid van de positie van de koper gedurende de periode van onzekerheid o.m. Zwalve 2006, p. 201-202, Struycken 2007, p. 568, Wibier 2016, p. 209-215 en Loof 2016, p. 822. Zie voor het Duitse recht o.m. Wieacker 1938, p. 590-594, Blomeyer 1939, p. 186 e.v. en Hübner 1980, p. 729-735. Zie voor de kwalificatie van het Anwartschaftsrecht als pandrecht van de koper dat de vordering tot eigendomsverschaffing verzekert Harke 2006, p. 385-389.
T.M., Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 63. Zie over de vereenzelviging van eigendom en zaak in uiteenlopende zin en met verdere verwijzingen De Jong 2006, p. 56-60, Struycken 2007, p. 93-109 en Mollema 2013, p. 142-147.
Zie hierover met name de noot van F.M.J. Verstijlen onder HR 3 juni 2016, NJ 2016, 290 (Rabobank/ Reuser). Vgl. ook in meer algemene zin Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013, nr. 55.
Wat zijn de consequenties van de voorgaande karakterisering van de positie van de koper als voorwaardelijk eigenaar voor de positie van de verkoper? In zowel de Nederlandse alsook Duitse literatuur wordt door een aantal auteurs opgemerkt dat aan de omstandigheid dat de koper reeds terstond een eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde (voor Duitsland: Anwartschaftsrecht) verkrijgt waaraan bepaalde bevoegdheden zijn verbonden, de consequentie zou moeten worden verbonden dat de positie van de verkoper wordt hergekwalificeerd tot die van een pandhouder, terwijl de koper als ‘echte’ eigenaar zou moeten worden aangemerkt.1
In de voorgaande hoofdstukken is de (her)kwalificatie van de positie van de verkoper als pandhouder reeds bestreden voor zover deze gebaseerd werd op het zekerheidskarakter van het eigendomsvoorbehoud. Maar een zodanige herkwalificatie van de positie van de verkoper is evenmin aangewezen of wenselijk, wanneer men haar baseert op de verhouding van de verkoper en de koper gedurende de periode van onzekerheid. Het is in dat verband van belang het eigendomsrecht en de zaak niet zonder meer te vereenzelvigen. Hoewel zulks in het algemeen niet problematisch is,2 is de situatie gedurende de periode van onzekerheid bij een voorwaardelijke overdracht bij uitstek een geval waarin niet tot een zodanige ongereflecteerde vereenzelviging kan worden overgegaan.3
Het voorwaardelijk eigendomsrecht van de koper heeft vanwege de opschortende voorwaarde namelijk nog geen werking en schept derhalve in beginsel ook geen bevoegdheden ten aanzien van de zaak. De koppeling tussen het voorwaardelijk eigendomsrecht en de zaak is derhalve latent, omdat zij is uitgesteld door de opschortende voorwaarde. Het eigendomsrecht onder ontbindende voorwaarde van de verkoper is het werkende recht, waaraan alle eigenaarsbevoegdheden zijn verbonden. Zolang het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde immers geen werking verkrijgt, kan de koper daaraan geen eigenaarsbevoegdheden ten aanzien van de zaak ontlenen. Vanwege de aan het eigendomsrecht van de verkoper verbonden bevoegdheden, kan men slechts dit eigendomsrecht vereenzelvigen met de zaak. In zoverre kan men gerust stellen dat de verkoper nog eigenaar is van de zaak.
Wel komen aan de koper op basis van de voorwerking van de voorwaardelijke overdracht reeds enkele bevoegdheden toe. Bedacht moet echter worden dat deze bevoegdheden er slechts toe strekken te waarborgen dat de vervulling van de voorwaarde leidt tot eigendomsverkrijging, zodat zij niet conflicteren met het eigendomsrecht van de verkoper. Gemene deler van deze bevoegdheden blijft dat de verkoper vooralsnog eigenaar is en de aan het eigendomsrecht ver bonden bevoegdheden kan uitoefenen, maar dat de koper in staat is te voorkomen dat tussentijdse gebeurtenissen diens eigendomsverkrijging bij vervulling van de voorwaarde zouden verijdelen. In de verhouding tussen verkoper en koper blijft derhalve de bevoegdhedenverdeling in de koopovereenkomst beslissend, hetgeen onder meer tot uitdrukking komt in het causale karakter van het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde.