Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/3.2.3
3.2.3 Jaren 70: Een informatieplicht
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661341:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Pfeil 2009, p. 366-367, p. 401 e.v.
Pfeil 2009 p. 401 ev, p. 367-369. Brunger en Veldman 2011, p. 9, 11. Ter illustratie van de stijging van de aantallen belastingplichtigen IB, van 2,4 miljoen in 1950 tot 4,4 miljoen in 1975 en van belastingplichtige vpb van 26.750 in 1950 tot 91.500 in 1975, zie Pfeil 2009 p. 331.
Nota belastingfraude in Kamerstukken II 1970/1971, 10927, nr. 1. Hierover Pfeil 2009, p. 366; Nooteboom 1980.
Pfeil 2009, p. 367.
Zie Nota Aard en omvang van de belastingfraude (rapport Commissie Van Bijsterveld) in Kamerstukken II 1979/1980, 16180, nr. 1-2.
Brunger en Veldman 2011, p. 86.
Happé 1993.
Zie over het Slotmemorandum naar aanleiding van de communicatieprocedure uit 1983 in Brunger en Veldman 2011, p. 10).
Brunger en Veldman 2011, p. 18-19. De beleidsgroepen hebben zo’n 60 rapporten opgesteld.
In de loop van de jaren 70 groeit – onder druk van interne en externe factoren – het besef bij de Belastingdienst over het belang van communicatie met burgers. In deze periode raakt de Belastingdienst in zwaar weer.1 De dienst blijkt niet langer effectief op zijn taak ingericht: het aantal belastingplichtigen stijgt, wetgeving wordt complexer, de belastingmoraal daalt, de belastingfraude is enorm gestegen, het aantal bezwaar- en beroepsschriften blijft toenemen, etc.2 In 1970 wordt de Nota Belastingfraude gepubliceerd, waaruit bleek dat de belastingmoraal sinds de jaren 60 afbrokkelde.3 Dat leidde tot een intensivering van het toezicht en controles.4 De aard en omvang van de belastingfraude in Nederland bleek enorm. Vervolgens schudde het Rapport van de commissie Van Bijsterveld5 uit 1979 over de aard en omvang van de belastingfraude de ambtelijke top echt wakker: het roer moet om.
Het werd duidelijk dat de tot dan toe gehanteerde benadering van belastingplichtigen vanuit de eigen organisatie, gestructureerd per belastingmiddel en met onderscheid in de processen van controle, aanslagregeling en invordering, niet meer voldeed.6 Het kan geen verwondering wekken, vat Happé samen, ‘dat een Belastingdienst die is opgebouwd in een andere tijd, niet meer het passende antwoord is op de wensen en verwachtingen van die mondige burger.’7 Hoe het dan wél moest, werd voorwerp van onderzoek in bijvoorbeeld beleidsgroepen uit 1978, die zich onder de naam ‘Communicatieprocedure’ (‘Comproc’8) bogen over vragen als de doelstellingen van de Belastingdienst en hoe deze gerealiseerd zouden kunnen worden. Met de instelling van deze beleidsgroepen ‘begon de Belastingdienst voor het eerst grondig na te denken over zijn rol ten opzichte van de belastingplichtige’.9 In deze tijd is dus een opkomend besef voor nut en noodzaak van voorlichting te zien.
3.2.3.1 Visie op communicatie: Belastingdienst erkent een informatieplicht3.2.3.2 Uitgangspunten