De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/5.5:5.5 Conclusie
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/5.5
5.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174078:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met uitzondering van zaken waarvan de wet bepaalt of ze meervoudig of enkelvoudig dienen te worden behandeld, zoals korte gedingen, staat a priori niet vast of en hoe een zaak terechtkomt bij de meervoudige of enkelvoudige kamer. De wet bepaalt slechts in hoofdlijnen hoe de toedeling van zaken verloopt, al voorziet het recht wel in waarborgen die ervoor zorgen dat dit correct gebeurt (zie paragraaf 4.7). In dit hoofdstuk zagen we dat gerechten hun autonomie in de toewijzing van zaken volop benutten en nauwelijks formeel vastleggen. Daardoor loopt de wijze van toedelen uiteen, zowel tussen de rechtsgebieden (civiel, familie, bestuur en straf) als tussen rechtbanken.
Formeel zijn gerechtsbesturen verantwoordelijk voor de toewijzing. In de praktijk gebeurt dit namens het bestuur door rechters en medewerkers op uiteenlopende niveaus. Soms zijn het (rol)rechters of afdelingsvoorzitters die de aanzet tot zaakstoedeling geven, soms teamleiders of stafjuristen en soms administratief medewerkers. Binnen een gerecht variëren de werkwijzen per afdeling. Niettemin blijkt uit de enquête en interviews dat de criteria voor zaakstoedeling in grote lijnen gelijk zijn. De zaakstoedeling hangt vooral af van inhoudelijke en praktische maatstaven die in de praktijk zijn ontwikkeld. Vaak zijn zij ongeschreven. Zaken die naar de indruk van de toedelers juridisch ingewikkeld of publicitair gevoelig zijn, worden meervoudig behandeld. Dat geldt ook voor zaken die betrekking hebben op nieuwe regelgeving, met name in de afdelingen familie en bestuur, en als het materiële of financiële belang van de zaak groot is. De opleiding van minder ervaren rechters speelt eveneens een rol bij toewijzing aan de meervoudige kamer. Bij de gerechtshoven is vooral juridische eenvoud reden om een zaak door één raadsheer af te laten doen. Andere onderzoeken waarin de motieven van gerechten om een zaak door één dan wel meerdere rechters af te laten doen, dateren van 2007. Langbroek beschrijft de zaakstoedeling in drie rechtbanken, Marseille e.a. concentreren zich op de Raad van State. Hun bevindingen stroken goeddeels met die in dit onderzoek (zie slot paragraaf 5.3).
Uit dit onderzoek blijkt dat er diverse varianten van enkelvoudige en meervoudige rechtspraak bestaan. Voor de meest voorkomende daarvan geldt het volgende. Een zaak die aan een enkelvoudige kamer wordt toegewezen, wordt in de meeste gevallen ter zitting behandeld. De rechter of de ondersteuner schrijft een conceptuitspraak, die zij vervolgens met elkaar kunnen bespreken. Daarna gaat de uitspraak uit, tenzij eerst nog de hulp van een meelezer wordt ingeroepen (zie hoofdstuk 8). In de gevallen waarin de rechter na de behandeling ter zitting terstond uitspraak doet, wat vooral voorkomt in politierechterzaken en kantonzaken, wordt doorgaans geen uitspraak geschreven. Een zaak die aan een meervoudige kamer is toegewezen, valt onder de verantwoordelijkheid van drie rechtsprekers. Hun betrokkenheid bij de zittingsfase van de gehele procedure kan echter variëren. Meervoudige behandeling betekent gewoonlijk een meervoudige zitting, een meervoudige raadkamer en een meervoudig genomen beslissing. In de civiele afdelingen van de rechtbanken en, in mindere mate, van het hof duidt meervoudige behandeling echter meestal op enkelvoudig zitten, gevolgd door meervoudig raadkameren en meervoudig beslissen. De meervoudigheid van de beslissing is volgens de respondenten het doorslaggevende criterium om een zaak als meervoudig te bestempelen.
Volgens een grote meerderheid van de respondenten komt het niet vaak voor dat een zaak aan een enkelvoudige kamer wordt toegewezen, terwijl een meervoudige geschikter is. Als het gebeurt, is dat meestal toe te schrijven aan capaciteitsproblemen. Ook de werkwijze zoals die wordt gehanteerd in civiele zaken, waarbij zoals gezegd na de enkelvoudige comparitie nog meervoudige afdoening kan volgen, kan ervoor zorgen dat de toewijzing van een zaak meestal als juist wordt beoordeeld. Als een zaak meervoudig wordt behandeld terwijl een enkelvoudige kamer dat ook goed had gekund – wat evenmin vaak voorkomt –, ligt daar meestal een opleidingsmotief aan ten grondslag. De geconstateerde tevredenheid over het resultaat van de toedeling helpt verklaren waarom rechters een zaak niet vaak verwijzen naar een kamer van een ander getal.
De conclusies in dit hoofdstuk zijn getrokken uit gegevens van zowel de enquête als de interviews. Noemenswaardige tegenstrijdigheden zijn niet geconstateerd: de bevindingen afkomstig uit beide methoden bevestigen het beeld van zaakstoedeling als een grotendeels zelfstandige aangelegenheid van de gerechten, waarbij zij voornamelijk inhoudelijke criteria hanteren voor de toewijzing van een zaak aan een meervoudige of enkelvoudige kamer.