De rol van de paritas creditorum bij een faillissement
Einde inhoudsopgave
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/7.5:7.5 Kennislacune en formulering hypothese
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/7.5
7.5 Kennislacune en formulering hypothese
Documentgegevens:
mr. M.J. Noteboom, datum 31-05-2022
- Datum
31-05-2022
- Auteur
mr. M.J. Noteboom
- JCDI
JCDI:ADS686163:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rechtvaardigheidsoordelen kunnen per land/cultuur verschillen. Zie nader hierover: Fischer 2016.
Carmen e.a. 2006 heeft vanuit economische perspectief empirisch onderzocht bij Spaanse studenten welke voorkeursnorm zij hebben. Hier bleek een voorkeur voor een verdeling op basis van proportionaliteit te bestaan.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Alhoewel aannemelijk kan worden gemaakt dat de paritas creditorum de voorkeursnorm voor schuldeisers is, moet voorzichtigheid worden betracht met deze aanname. Een empirische onderbouwing kan niet worden gegeven, nu specifiek (Nederlands)1 onderzoek naar dominante voorkeursnormen van schuldeisers en schuldenaren die betrokken zijn bij een faillissement tot op heden ontbreekt.2 Er is dan ook geen empirisch bewijs op grond waarvan kan worden gesteld dat de paritas creditorum de favoriete verdelingsnorm is van schuldeisers. Daarnaast liggen er aannames aan de verdelingsregels ten grondslag, waarbij niet met zekerheid kan worden gesteld dat die aannames ook gelden in een faillissementssituatie.
De vraag of de paritas creditorum inderdaad de voorkeursnorm voor schuldeisers is, kan dan ook nog niet worden beantwoord. Pas indien deze vraag wordt beantwoord, ontstaat echter duidelijkheid over de aanwezigheid van een meta-juridische functie van de paritas creditorum als verdelingsregel. Er dient dan ook nader empirisch onderzoek te worden verricht om de kennislacune op te vullen.
De onderzoeksvraag in het kader van dit onderzoek is: levert equity, in vergelijking met de verdelingsnormen need, equality en een mengvorm van need en equity, in diverse situaties (waarbij wordt gevarieerd met de relatieve grootte van de vordering en de behoefte) telkens de hoogste (waargenomen) distributieve rechtvaardigheid op bij een verdeling in het kader van een faillissement?
De hypothese (H1) is dat de verdeling in een faillissementssituatie als eerlijker wordt beoordeeld indien deze is gebaseerd op equity dan wanneer zij is gebaseerd op equality, need of een mengvorm van need en equity, ongeacht de grootte van de vordering en/of de behoefte van de schuldeiser.
Deze hypothese is getest in een door mij uitgevoerde studie waarop hierna nader zal worden ingaan. Allereerst bespreek ik hierbij de methode die is gevolgd. Vervolgens analyseer ik de resultaten waarna ik met een conclusie afsluit.