Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/1.4.4.2
1.4.4.2 Beginselen van legaliteit en legitimiteit
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285205:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Vergelijk: Aelen 2014, blz. 170. Konijnenbelt & Van Male 2014, blz. 34 spreken van wetmatigheidsbeginsel.
Vide: Pauwels 2009, blz. 79.
Gribnau 2007, par. 3.5, Gribnau 2012, blz. 7 en Gribnau 2013, blz. 12. Vergelijk: Aelen 2014, blz. 10.
Gribnau 2013, blz. 42.
Konijnenbelt & Van Male 2014, blz. 300. Vergelijk: “(…) an authority is obliged to justify its activities by giving reasons for its decisions” (EHRM 1 juli 2003 (Suominen), ECLI:CE:ECHR:2003:0701JUD003780197, r.o. 36).
Zie uitgebreider: Hoofdstuk 3, par. 2.2. Vergelijk: HR (civiele kamer) 8 november 1991 (Verschueren/Kloosterboer), ECLI:NL:HR:1991:ZC0409, NJ 1992/277, r.o. 3.2.
Het legaliteitsbeginsel houdt in dat door het bestuursorgaan niet mag worden gehandeld in strijd met wet- en regelgeving. Hiermee wordt beoogd belastingplichtigen te beschermen tegen onverwachts en (te) vergaand overheidsoptreden.1 Het legaliteitsbeginsel heeft derhalve raakvlakken met de beginselen van privacy, rechtszekerheid en zorgvuldigheid. Het legitimiteitsbeginsel houdt in dat er draagvlak moet zijn voor overheidsoptreden. Dit geldt niet alleen bij de toepassing van het recht, maar ook bij de vorming van het recht.2 Gribnau stelt dat overheidshandelen, zoals belastingheffing, niet alleen de toets van legaliteit maar ook de toetsing aan rechtsbeginselen moet kunnen doorstaan. De eis van legitimiteit gaat volgens hem verder dan legaliteit.3 Gribnau verbindt hieraan de conclusie dat naarmate er minder bekwaamheid, welwillendheid en integriteit aan de belastingwetgever wordt toegeschreven, de wetgever minder betrouwbaar wordt geacht. Verlies aan betrouwbaarheid betekent verlies aan legitimiteit.4 Het legitimiteitsbeginsel wordt ondersteund door het beginsel van deugdelijke motivering.5 Wet- en regelgeving winnen immers aan draagvlak als zij berusten op een deugdelijke, kenbare en rationele motivering die de bepaling kan dragen en verklaren.6 Een van oudsher genoemde doelstelling van de geheimhouding, waarbij het legitimiteitsbeginsel een rol speelt, is de meewerkbereidheid; de inspecteur zou belang erbij hebben om te voorkomen dat gegevens niet worden verstrekt uit vrees voor het gebruik van die gegevens voor andere doeleinden dan de uitvoering van de belastingwet.7