Einde inhoudsopgave
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/1.5.1
1.5.1 Informatievergaring
H. Boom, datum 28-06-2024
- Datum
28-06-2024
- Auteur
H. Boom
- JCDI
JCDI:ADS973602:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Naves, Sicking en Van der Wees 2021; waarin zij het streven van de rechtspraak uiten om in de toekomst in principe alle gerechtelijke uitspraken te publiceren. Zo ver is het echter nog niet. Vgl. ook het Besluit selectiecriteria uitsprakendatabank rechtspraak.nl 2012.
Zie bijvoorbeeld HR 6 februari 1987, NJ 1987/486 (Bakes/Gemeente Amsterdam); HR 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1902 (Zilveren Kruis/Stichting Medisch Centrum Rhijnauwen) (kantoorgenoten van mij waren bij deze zaak betrokken) en HR 14 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1456, NJ 2022/332 (een beroep op het ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan afstuiten op het feit dat de onbevoegd vertegenwoordigde een bepaalde situatie laat voortbestaan, zodat toerekenbare schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid ontstaat; kantoorgenoten van mij waren bij deze zaak betrokken).
Zie bijvoorbeeld HR 14 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1456, NJ 2022/332; zie voorts HR 7 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2255, NJ 2020/196 (JED/Textiles), waar het gaat om een aanbod in de zin van art. 6:86 BW. De Hoge Raad overweegt dat het de schuldeiser vrijstaat om een dergelijk aanbod te aanvaarden, ook al omvat dat aanbod niet de betaling van kosten en schade. De schuldeiser geeft daarmee niet zonder meer zijn aanspraak op vergoeding van dergelijke kosten en schade prijs. Die redenering heeft zowel iets weg van rechtsverwerking als van afstand van recht.
Zie Mendel 1982, p. 42, die vindt dat de rechter in dergelijke gevallen beter duidelijk van rechtsverwerking kan spreken; zie in die zin ook Aaftink 1980, p. 823; vgl. tot slot Tjittes & Boom, Rechtsverwerking en klachtplichten (Mon. BW nr. A6b) 2020/8.
Voorheen Kluwer Navigator.
Dit onderzoek bestaat uit een evaluatie van het leerstuk rechtsverwerking en de wettelijke klachtplichten. Het onderzoek is juridisch dogmatisch van aard. De analyse van Nederlandse wet, wetsgeschiedenis, rechtspraak en literatuur staat centraal.
Voor wat betreft de rechtspraak heb ik de gepubliceerde Nederlandse rechtspraak geanalyseerd. De relevante rechtspraak van de Hoge Raad is toegankelijk via vakbladen en rechtspraak.nl. Voor wat betreft de rechtspraak van lagere rechters geldt dat ik vooral op rechtspraak.nl heb gezocht via zoektermen als ‘rechtsverwerking’, ‘klachtplicht’, ‘art. 6:89 BW’ en ‘art. 7:23 lid 1 BW’. Daarbij merk ik op dat slechts ongeveer 4% van de Nederlandse rechtspraak in feitelijke instanties via rechtspraak.nl wordt gepubliceerd. Het gaat daarbij om ‘juridisch relevante’ en mediagevoelige uitspraken.1 Dit feit brengt mogelijk mee dat niet alle voor mijn onderwerp relevante rechtspraak in feitelijke instanties inzichtelijk is. Dat is voor mijn onderzoek echter niet onoverkomelijk. Dit onderzoek behelst geen empirische analyse van de oordeelsvorming over het leerstuk rechtsverwerking en klachtplichten in rechtspraak in feitelijke instanties. Ik gebruik de rechtspraak in feitelijke instanties vooral om te bezien hoe rechtsregels, al dan niet door de Hoge Raad geformuleerd, worden toegepast of tot wat voor uitkomsten een bepaalde rechtsregel in de praktijk kan leiden, dan wel te illustreren in hoeverre een bepaalde rechtsregel hanteerbaar is.
Ten aanzien van het leerstuk rechtsverwerking merk ik in aanvulling op het bovenstaande nog op dat ik in theorie zelfs relevante gepubliceerde rechtspraak heb kunnen missen. Het leerstuk rechtsverwerking is een species van de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid. Rechters nemen niet altijd letterlijk het woord rechtsverwerking in de mond, maar oordelen bijvoorbeeld in algemene bewoordingen dat bepaalde gedragingen van de rechthebbende diens beroep op rechten naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar maken.2 Soms zit een rechtsverwerkingsgedachte verscholen in een ander leerstuk.3 Op deze gang van zaken is in oudere literatuur kritiek geuit,4 maar die kritiek laat onverlet dat toepassing van rechtsverwerking in de rechtspraak niet altijd als zodanig wordt benoemd. Ik heb met deze wetenschap in het achterhoofd breed gezocht naar relevante rechtspraak. Ik kan echter niet uitsluiten dat het door mij geschetste plaatje op dit punt (deels) incompleet zou kunnen zijn.
Voor wat betreft de literatuur heb ik informatie vergaard via de bestaande naslagwerken en, meer in het bijzonder, via de bronvermelding in die werken over dit onderwerp. Daarnaast heb ik via juridische zoekmachines als Legalintelligence, InView Essential5 en Rechtsorde naar relevante literatuur gezocht, onder meer door middel van het gebruik van de hierboven genoemde zoektermen.
Relevante bronnen zijn voor dit onderzoek bijgehouden tot en met 15 oktober 2023. Ontwikkelingen van na die datum zijn slechts nog sporadisch verwerkt.