Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/9.8.4.9.3
9.8.4.9.3 Woningwet
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS378201:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De nieuwe Woningwet kent een lange totstandkomingsgeschiedenis. De uiteindelijke wet is een gevolg van twee wetsvoorstellen: de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting (Wet van 20 maart 2015, houdende herziening van de regels over toegelaten instellingen en instelling van een Financiële Autoriteit woningcorporaties, Stb. 2015, 145) en de novelle behorende bij de Herzieningswet (Wet van 20 maart 2015 tot wijziging van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting, Stb. 2015, 146.) die beide op 1 juli 2015 in werking zijn getreden.
Kamerstukken II 2011-2012, 32 769, nr. 8 (NvW), p. 30. Ook de minister van BZK kan een enquêteverzoek instellen naar het beleid en de gang van zaken van de toegelaten instelling. Zie Kamerstukken II 2010-2011, 32 769, nr. 3 (MvT), p. 51.
Sinds 1 juli 2015 beschikken huurdersorganisaties, zoals bedoeld in de Wet op het overleg huurders en verhuurder, bij woningcorporaties tevens over de enquêtebevoegdheid op grond van art. 39 nieuwe Woningwet (Won).1 De toelichting op dit wetsartikel is summier. Het vermeldt enkel dat “in de sfeer van de versterking van de positie van huurders(organisaties)” de suggestie van de leden van de ChristenUnie- fractie is overgenomen om huurdersorganisaties het enquêterecht te geven.2