De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.5.4.3:4.5.4.3 Het constructieve onderwijsbeleid
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.5.4.3
4.5.4.3 Het constructieve onderwijsbeleid
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949697:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1974/75, 13 459, nrs. 1-2. Zie ook Leune 2000, p. 25.
Idenburg 1970, p. 5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 1975 zond minister Van Kemenade een opzet voor een nieuwe visie op de overheidssturing van het onderwijs naar de Tweede Kamer.1 In deze Contourennota werd de zogenaamde constructieve onderwijspolitiek geïntroduceerd en uitgewerkt.2 Die houdt in dat de overheid ten aanzien van het onderwijs niet langer beleidsarm te werk moet gaan, maar juist een actieve bijdrage moet leveren aan het vernieuwen van het onderwijs. De aanleiding hiervoor was een veranderende visie op het onderwijs. Centraal stond niet langer de behoefte aan goed geschoolde mankracht, maar het recht op individuele ontplooiing en de noodzaak van het voorbereiden van leerlingen op de maatschappij.3 Veranderingen in het onderwijs konden niet langer aan toeval overgelaten worden.4 De overheid moest een actieve rol gaan spelen bij de planning van deze veranderingen en moest zelf voorstellen gaan doen voor deze veranderingen. Het onderwijsveld zou deze voorstellen vervolgens moeten gaan beoordelen en daaraan zelf bijdragen.