De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.5.4.1:4.5.4.1 Inleiding
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.5.4.1
4.5.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949645:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals hiervoor geschetst, is het aan de wetgever om door middel van wetgeving het onderwijsstelsel vorm te geven. De wetgever heeft ruimte om hier binnen de kaders van artikel 23 van de Grondwet een eigen invulling aan te geven. Hij kan dan ook grotendeels zelf bepalen welke sturingsvisie hij ten aanzien van het onderwijs hanteert. Met de sturingsvisie wordt gedoeld op de wijze waarop de overheid onder meer wetgeving inzet als middel om het onderwijsstelsel nader uit te werken. De sturingsvisie van de overheid is in de afgelopen jaren verschillende keren gewijzigd. Dit kwam mede door politieke veranderingen, maar ook door ontwikkelingen die het Nederlandse onderwijs heeft doorgemaakt.
Er kunnen grofweg vier sturingsvisies onderscheiden worden, te weten het distributieve onderwijsbeleid, het constructieve onderwijsbeleid, onderwijsbeleid gericht op autonomie en deregulering en onderwijsbeleid gericht op hoofdlijnen. Deze vier sturingsvisies worden hierna kort beschreven. Dit is van belang omdat de betreffende sturingsvisie invloed heeft op de mate waarin het bevoegd gezag zelf het onderwijs kan vormgeven en in hoeverre de leraar autonomie heeft bij het geven van onderwijs.