Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/432
Medeplichtigheid aan doodslag door meermalen met medeverdachte de confrontatie met slachtoffer te zoeken en medeverdachte met auto naar plaats van misdrijf te brengen, waarna medeverdachte meermalen met vuurwapen op lichaam van slachtoffer schiet, art. 287 Sr. Bewijsklacht opzet van medeplichtige. Kon oordelen dat voldoende verband bestaat tussen misdrijf waarop opzet van verdachte was gericht (afpersing) en gronddelict (doodslag)? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 10-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:388
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 maart 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, R. Kuiper
- Zaaknummer
24/03842
- Conclusie
A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:388, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:136, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑02‑2026
Essentie
Medeplichtigheid aan doodslag door meermalen met medeverdachte de confrontatie met slachtoffer te zoeken en medeverdachte met auto naar plaats van misdrijf te brengen, waarna medeverdachte meermalen met vuurwapen op lichaam van slachtoffer schiet, art. 287 Sr. Bewijsklacht opzet van medeplichtige. Kon oordelen dat voldoende verband bestaat tussen misdrijf waarop opzet van verdachte was gericht (afpersing) en gronddelict (doodslag)? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03842
Datum 10 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.