Aandeelhoudersverantwoordelijkheid
Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/7.4.0:7.4.0 De vordering tot onthouding van bepaald gedrag
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/7.4.0
7.4.0 De vordering tot onthouding van bepaald gedrag
Documentgegevens:
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS297731:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een belangrijke wijze waarop een belanghebbende een voor hem schadelijke vorm van gedrag van de aandeelhouder kan voorkomen, is door te vorderen dat bepaalde gedragingen niet mogen worden verricht; er moet dan een verbod worden gevorderd. Het gedrag van de aandeelhouder wordt immers onder meer genormeerd door de beperkende gedragsnorm, welke haar grondslag vindt in artikel 2:8 lid 2 en 3:13 BW.1
De beperkende norm is afdwingbaar wanneer de aandeelhouder bij het behartigen van zijn eigen belang het belang van een andere bij de vennootschap betrokken belanghebbende ontoelaatbaar onevenredig schaadt, alsmede wanneer hij met het uitoefenen van een recht geen ander doel heeft dan het schaden van het belang van een ander of wanneer deze bevoegdheid wordt gebruikt met een ander doel dan waarvoor deze is verleend.2 Een beroep op artikel 2:8 lid 2 BW staat enkel open voor ‘institutioneel betrokkenen’.3 Een beroep op artikel 3:13 BW staat daarentegen open voor eenieder met een voldoende belang bij een vordering op grond van artikel 3:13 BW. Dit betekent dat ook belanghebbenden buiten de kring van institutioneel betrokkenen onthouding van handelen (of voorgenomen handelen) van de aandeelhouder kunnen vorderen.4