Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/9.4.6.3
9.4.6.3 Communautair Douane Wetboek
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258312:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
In het Compendium Douanewaarde waren diverse voorwaarden opgenomen waaraan voldaan moest worden alvorens een eerste of eerdere verkooptransactie in aanmerking genomen kon worden voor het bepalen van de douanewaarde. Zo moest de aangever verzoeken om toepassing van de eerste of eerdere verkooptransactie om de douanewaarde te bepalen en moest ten aanzien van de eerste of eerdere verkoop worden aangetoond dat het een verkoop betrof voor uitvoer naar het douanegebied van de Europese Unie. Een en ander kon worden aangetoond aan de hand van de volgende elementen: i) de goederen werden volgens EG-specificaties vervaardigd of hebben kennelijk (blijkens de merktekens enz. waarvan zij zijn voorzien), geen ander gebruiksdoeleinde of andere bestemming, ii) de betrokken goederen werden speciaal voor een koper in de EG vervaardigd, iii) bepaalde goederen worden besteld bij een tussenpersoon die ze aankoopt bij een fabrikant die ze rechtstreeks naar de EG verzendt. Commentaar 7 van het Comité Douanewetboek (afdeling douanewaarde) betreffende de toepassing van artikel 147 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 (vervallen).
De tweede volzin van artikel 147, lid 1, TCDW luidde voor de wijziging per 1 januari 1995: Een dergelijke aanduiding bestaat ook in de gevallen van opeenvolgende verkopen vóór de bepaling van de douanewaarde, waarbij iedere prijs die deze verkopen tot resultaat hebben, onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 178 tot en met 181, als basis voor de douanewaarde kan worden genomen.
HvJ EG 28 februari 2008, nr. C‑263/06 (Carboni e derivati Srl), ECLI:EU:C:2008:128.
HvJ EG 28 februari 2008, nr. C‑263/06 (Carboni e derivati Srl), ECLI:EU:C:2008:128, r.o. 30.
Het CDW werd toepasselijk op 1 januari 1994. Artikel 29 CDW is qua bewoordingen gelijk aan artikel 1 CVA en artikel 3 Verordening (EEG) nr. 1224/80 en vormt de basis voor het bepalen van de transactiewaarde. Ter uitvoering van dit artikel bij opeenvolgende verkopen voor uitvoer is in artikel 147, lid 1, tweede en derde volzin, TCDW bepaald dat:
In het geval van opeenvolgende verkopen voordat de waarde wordt bepaald, is een dergelijke aanduiding van toepassing op de laatste verkoop als gevolg waarvan de goederen het douanegebied van de Gemeenschap zijn binnengebracht of op een verkoop binnen het douanegebied van de Gemeenschap voordat de goederen in het vrije verkeer worden gebracht.
Wanneer de prijs wordt aangegeven die betrekking heeft op een verkoop die voorafgaat aan de laatste verkoop als gevolg waarvan de goederen het douanegebied van de Gemeenschap zijn binnengebracht, dient ten genoegen van de douaneautoriteiten te worden aangetoond dat deze verkoop met het oog op de uitvoer naar genoemd douanegebied is afgesloten.
Uit voornoemde bepaling kan worden afgeleid dat het onder het wetgevingspakket van het CDW mogelijk was voor een importeur om de transactiewaarde te bepalen op basis van een eerste of eerdere verkoop voor uitvoer.1 Ik merk daarbij op dat de derde volzin van artikel 147, lid 1, TCDW omtrent de bewijslast pas sinds 1 januari 1995 in het TCDW is opgenomen en dat op datzelfde moment de tweede volzin in beperkte mate is gewijzigd.2
Het Hof van Justitie heeft zich in het arrest Carboni e derivati Srl3uitgesproken over het first-sale principe onder de bepalingen in het CDW-wetgevingspakket zoals geldend voor 1 januari 1995. Carboni van Commercio Materie Prime CMP SpA (Carboni), gevestigd in Italië, heeft in mei 1994 een partij hematietgietijzer afkomstig uit Rusland gekocht, die zij op haar beurt van OME-DTECH Electronics LTD, gevestigd in Cyprus, had gekocht. In juni 1994 heeft de douane-agent in naam en voor rekening van Carboni aangifte ten invoer van deze partij gedaan in Italië. Het Hof van Justitie oordeelde, onder verwijzing naar het arrest Unifert Handels GmbH tegen Hauptzollamt Münster, dat:4
“In geval van opeenvolgende verkopen kunnen prijzen van verkopen die na de uitvoer maar vóór het in het vrije verkeer brengen in de Gemeenschap hebben plaatsgevonden, dus in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van de „transactiewaarde” in de zin van artikel 29, lid 1, van het communautair douanewetboek […]"
Wederom lijkt het Hof van Justitie de uitvoeringsbepaling (lees: artikel 147 TCDW) te gebruiken als belangrijkste argument voor zijn pleidooi voor het first-sale principe (rechtsoverwegingen 29 en 30), al doet het Hof van Justitie dat niet zo expliciet als in het arrest Unifert Handels GmbH. Onder verwijzing naar mijn betoog in onderdeel 9.5.2 volgt naar mijn mening echter reeds uit de basisverordening (lees: artikel 29 CDW) dat bij opeenvolgende verkopen de aangever de keuze heeft om één van de voor ieder van die verkopen overeengekomen prijzen als grondslag voor de douanewaarde van de betrokken goederen te kiezen. Artikel 147 TCDW dient daarbij als onderschikkend, doch niet als belangrijkste argument.