RvdW 2025/999:Rijden onder invloed van verdovende middelen (art. 8 lid 5 WVW 1994) en rijden terwijl rijbewijs is ingevorderd (art. 9 lid 7 WVW 1994). Strafmotivering (voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken en ontzegging van rijbevoegdheid van 6 maanden). Kon hof oordelen dat taakstrafverbod van toepassing is? Art. 22b lid 2 Sr. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Hof heeft in zijn strafmotivering overwogen dat taakstrafverbod van toepassing is a.g.v. veroordeling door politierechter en de in dat kader uitgevoerde taakstraf. Uit uittreksel justitiële documentatie kan worden afgeleid dat verdachte bij vonnis van 8 november 2019 door Pr t.z.v. overtreding van art. 7 lid 1 en art. 9 lid 5 Wegenverkeerswet 1994 is veroordeeld tot taakstraf van 30 uren. Dit vonnis is op 23 november 2019 onherroepelijk geworden. T.a.v. uitvoering van deze taakstraf blijkt uit uittreksel dat deze heeft plaatsgevonden in periode van 23 november 2019 tot en met 25 mei 2022. Dit betekent dat taakstraf nog niet (volledig) was verricht (noch dat tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis was bevolen) op moment dat feiten in onderhavige zaak werden gepleegd (op 24 september 2020). ’s Hofs oordeel dat aan verdachte o.g.v. art. 22b Sr geen taakstraf kan worden opgelegd, geeft dan ook blijk van onjuiste rechtsopvatting. Gelet op doorslaggevende invloed van toepasselijkheid van taakstrafverbod in ’s hofs strafmaatoverwegingen is strafoplegging niet toereikend gemotiveerd. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. strafoplegging en terugwijzing.