Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/982
Verbintenissenrecht. Schadevergoeding. Ontbinding overeenkomsten van opdracht; omvang ongedaanmakingsverbintenissen; stelplicht en bewijslast m.b.t. waardevergoeding (art. 6:272 BW); aanvulling feitelijke grondslag (art. 24 Rv).
HR 18-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1156
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juli 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, K. Teuben
- Zaaknummer
24/02330
- Conclusie
A-G mr. G.R.B. van Peursem
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1156, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:490, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑06‑2024
- Wetingang
Art. 24, 150 Rv; art. 6:271, 6:272 BW
Essentie
Verbintenissenrecht. Schadevergoeding. Ontbinding overeenkomsten van opdracht; omvang ongedaanmakingsverbintenissen; stelplicht en bewijslast m.b.t. waardevergoeding (art. 6:272 BW); aanvulling feitelijke grondslag (art. 24 Rv).
Samenvatting
Ingevolge art. 6:271 BW bevrijdt een ontbinding van een overeenkomst de partijen van de daardoor getroffen verbintenissen. Voor zover deze reeds zijn nagekomen, blijft de rechtsgrond voor deze nakoming in stand, maar ontstaat voor partijen een verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties. Sluit de aard van de prestatie uit dat zij ongedaan wordt gemaakt, dan treedt daarvoor een vergoeding in de plaats ten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.