RvdW 2025/989:Medeplegen voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 26 lid 1 WWM). Onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen voorwerpen (11 stuks munitie, geweer, wapen en overige goederen). Vatbaarheid voor onttrekking aan het verkeer, art. 36c en 36d Sr. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel m.b.t. het op beslaglijst onder 8 omschreven voorwerp ‘1 STK Overige goederen fragment AAJJ3131NL’ en faalt middel v.zv. het betrekking heeft op overige op beslaglijst omschreven inbeslaggenomen voorwerpen. CAG: ’s Hofs kennelijke oordeel dat alle voorwerpen op beslaglijst o.g.v. art. 36c Sr vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, is ontoereikend gemotiveerd. Voor de onder 1 tot en met 7 genoemde voorwerpen op beslaglijst hoeft dat niet tot cassatie te leiden. Hoewel omschrijving van die inbeslaggenomen voorwerpen zeer beperkt is, kan daaruit wel steeds worden afgeleid dat het gaat om wapens of munitie waarvan zonder meer kan worden gezegd dat ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met wet of algemeen belang. Nu verdachte is veroordeeld voor het voorhanden hebben van vuurwapen en munitie, kunnen onder 1 tot en met 7 genoemde voorwerpen op beslaglijst dienen tot het begaan van soortgelijk feit, zodat aan alle vereisten voor onttrekking aan het verkeer o.g.v. art. 36d Sr is voldaan. Voor het onder 8 genoemde voorwerp op beslaglijst ligt dat anders. Daarvan is in het geheel niet duidelijk wat voor soort voorwerp het betreft, zodat ook niet gezegd kan worden dat het vatbaar zou zijn voor onttrekking aan het verkeer o.g.v. art. 36d Sr. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. onttrekking aan het verkeer van overige goederen (zonder terugwijzing). Samenhang met 22/04869, 22/04870 en 22/04888 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).