Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/983
Procesrecht. Verval recht verrichten proceshandeling (art. 133 lid 4 Rv); mocht hof eindarrest wijzen zonder te beslissen op verzoek om mondelinge behandeling na verstrijken termijn voor ‘beraad partijen’?
HR 18-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1172
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juli 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/02431
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1172, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:349, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 21‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑06‑2024
- Wetingang
Essentie
Procesrecht. Verval recht verrichten proceshandeling (art. 133 lid 4 Rv); mocht hof eindarrest wijzen zonder te beslissen op verzoek om mondelinge behandeling na verstrijken termijn voor ‘beraad partijen’?
Samenvatting
De rechter stelt de termijnen vast voor het nemen van de conclusies en voor het verrichten van andere proceshandelingen (art. 133 leden 1 en 3 Rv). Wanneer een proceshandeling niet is verricht binnen de daarvoor gestelde termijn en daarvoor geen uitstel kan worden verkregen, vervalt het recht om de desbetreffende proceshandeling te verrichten (art. 133 lid 4 Rv). Deze bepalingen zijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.