Eigendomsvoorbehoud
Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/3.5.2.1:3.5.2.1 Schadevergoedingsvorderingen
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/3.5.2.1
3.5.2.1 Schadevergoedingsvorderingen
Documentgegevens:
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS397326:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de mogelijkheid om het eigendomsvoorbehoud te bedingen voor schadevergoedingsvorderingen worden door de wetgever geen argumenten aangevoerd. De wetgever merkt slechts in algemene zin op dat het bij het verbreed eigendomsvoorbehoud gaat om ‘een figuur die naar algemene ervaring goed bij de eisen van het leverancierskrediet past en waartegen uit maatschappelijk oogpunt ook geen overwegend bezwaar behoeft te bestaan, mits zij tot het leverancierskrediet beperkt blijft, in dier voege dat een eigendomsvoorbehoud niet kan worden bedongen voor vorderingen van geheel andere aard, zoals die uit geldlening van een bank.’1
In het oorspronkelijke ontwerp van artikel 3:92 BW kon het eigendomsvoorbehoud weliswaar ook worden bedongen voor schadevergoedingsvorderingen, maar dat kon slechts voor schadevergoedingsvorderingen wegens tekortschieten in de nakoming van de desbetreffende overeenkomst. Dit betekende dat de eigendom slechts kon worden voorbehouden voor vorderingen betreffende vertragingsschade.2 Aldus werd de koper pas eigenaar als hij ook de vertragingsschade had vergoed. Zoals in het vorige hoofdstuk is uiteengezet, kan het eigendomsvoorbehoud uit de aard der zaak niet worden bedongen voor de vordering tot vergoeding van het positieve contractsbelang.3 Een dergelijke vordering ontstaat immers indien de verkoper door uitoefening van het eigendomsvoorbehoud en ontbinding in een nadeligere vermogenspositie komt te verkeren dan het geval zou zijn bij nakoming (art. 6:277 BW). De eigendom kan de verkoper voor een dergelijke vordering niet voorbehouden, omdat het ontstaan van een dergelijke vordering veronderstelt dat de koopovereenkomst wordt ontbonden, waardoor ook niet meer denkbaar is dat de eigendom na voldoening van een vordering overgaat op de koper. Het eenvoudig eigendomsvoorbehoud kan uit de aard der zaak niet de winstverwachtingen van de verkoper waarborgen.4
Anders ligt dat voor schadevergoedingsvorderingen ter zake van het positieve contractsbelang met betrekking tot andere geleverde zaken, waarbij geen individualiseringsproblemen bestaan. Indien de koper een wasmachine koopt en volledig afbetaalt, valt niet goed in te zien waarom het gerechtvaardigd is dat de verkoper de wasmachine terugneemt, omdat de koper in gebreke is gebleven met de voldoening van de koopprijs van een koelkast, die hij veel later heeft aangeschaft. Aldus verschaft de verkoper zich een voorrangspositie die voor anderen, die niet in de toevallige positie verkeren dat zij zaken leveren aan de koper, is uitgesloten.5 De enkele omstandigheid dat de verkoper zowel de koelkast als de wasmachine aan de koper heeft geleverd, kan deze voorrangspositie niet rechtvaardigen. De verbreding van het eigendomsvoorbehoud heeft tot gevolg dat de koopovereenkomst ook nadat de koper de koopprijs volledig heeft voldaan ‘künstlich in Schwebe’ wordt gehouden,6 zodat de verkoper kan overgaan tot uitoefening van het eigendomsvoorbehoud indien de koper in de toekomst in gebreke blijft met de voldoening van mogelijkerwijs nog niet eens gesloten koopovereenkomst, teneinde de volledig betaalde koopprijs te verrekenen met de schadevergoedingsvordering.