Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/4.8.4:4.8.4 Rb. Den Haag: testament niet herroepen, geen ondubbelzinnige vergeving
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/4.8.4
4.8.4 Rb. Den Haag: testament niet herroepen, geen ondubbelzinnige vergeving
1
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859202:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Den Haag 21 december 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:16699. Zie over deze uitspraak ook De Vries, TE 2019/04, p. 83-86.
Voor een uitgebreide weergave van de feiten wordt verwezen naar par. 2.3.2.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De laatste uitspraak die hier wordt besproken, is ook in 2.3.2.2 aan de orde geweest.2 Het gedeelte dat ziet op artikel 4:3 lid 3 BW wordt in deze paragraaf aangestipt. Het gaat om Rechtbank Den Haag 21 december 2016.
Erflater heeft in 2004 in zijn testament X tot enig erfgenaam benoemd. X heeft opzettelijk brandgesticht in een woning van erflater en wordt daarvoor in 2013 veroordeeld. Een van de ankers waar X voor gaat liggen, betreft de stelling dat de erflater hem heeft vergeven nu hij pas in 2014 is overleden, zodat hij ruimschoots de gelegenheid heeft gehad om zijn testament desgewenst te wijzigen en de erfstelling van X te schrappen. De rechtbank verwerpt dit verweer nu voor ondubbelzinnige vergeving niet voldoende is dat de erflater het testament niet heeft herroepen. Een stilzitten kan niet als vergiffenis worden beschouwd.
Een uitspraak die in lijn is met de parlementaire geschiedenis. Het enkele niet herroepen van de erfstelling is niet voldoende. X had moeten aantonen dat de erflater de beschikking niet heeft wensen te herroepen. Nu hij dat op geen enkele wijze heeft gedaan, heeft de rechtbank het verweer terecht van de hand gewezen.