Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/3.5.1
3.5.1 De beperkte rechtvaardiging van het verbreed eigendomsvoorbehoud
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS396430:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook de Korte notitie d.d. 28 januari 1985 van de bespreking van 11 januari 1985 met enkele vertegenwoordigers van het Genootschap van Bedrijfsjuristen over de brief van het Genootschap aan de Vaste Commissie voor Justitie van de Tweede Kamer dd. 8 november 1984 en de notitie van mr. Snijders dd. 19 november 1985, p. 7, te raadplegen in het Nationaal Archief te Den Haag via archiefinventarisnummer 2.09.75 en inventarisnummer 740.
Vgl. de Korte notitie d.d. 3 oktober 1984 van de bespreking van 11 september 1984 met enkele vertegenwoordigers van het Genootschap van Bedrijfsjuristen over enkele materiële punten in het nieuw B.W., opgekomen naar aanleiding van de bestudering van het overgangsrecht, p. 3, te raadplegen in het Nationaal Archief te Den Haag via archiefinventarisnummer 2.09.75 en inventarisnummer 740.
De verbreding van het eigendomsvoorbehoud vervult een belangrijke en ook noodzakelijke functie in het geval dat tussen verkoper en koper een rechtsverhouding bestaat, op grond waarvan de verkoper doorlopend zaken aan de koper levert.1 Veelal gaat het daarbij om (niet-individualiseerbare) zaken die bestemd zijn om te worden doorverkocht en waartoe de koper ook reeds voor betaling van de koopprijs bevoegd is. Indien de verkoper slechts een eenvoudig eigendomsvoorbehoud zou kunnen bedingen bij elke specifieke deellevering of zelfs slechts zou kunnen bedingen dat de eigendom van een individuele zaak uit die deellevering pas zou overgaan op de koper indien hij de koopprijs voor de desbetreffende specifieke zaak heeft voldaan, zouden problemen kunnen ontstaan, als de koper in gebreke blijft met de voldoening van een gedeelte van de koopprijs.2 Het kan daarbij gaan om problemen met betrekking tot de individualisering van de niet betaalde zaken en om problemen ten aanzien van de vraag op welke specifieke koopprijsvordering een deelbetaling van de koper zou moeten worden toegerekend. Beide problemen worden hierna achtereenvolgens behandeld.
3.5.1.1 Oneigenlijke Vermenging3.5.1.2 Toerekening van betalingen