Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/13.2.2.8:13.2.2.8 Conclusie
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/13.2.2.8
13.2.2.8 Conclusie
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232792:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In geval van certificering kunnen er meerdere factoren zijn, waarvan potentieel een waardedrukkend effect uitgaat. Hierbij kan gedacht worden aan het ontbreken van zeggenschap, beperkingen in de royeerbaarheid, beperkingen in de overdraagbaarheid en het ontbreken van een verplichting voor de STAK om inkomsten door uit te keren. Uiteraard hangt het zeer af van de omstandigheden en voorwaarden van een specifiek geval in hoeverre deze factoren geacht kunnen worden met zich te brengen dat de certificaten een lagere waarde hebben dan de gecertificeerde goederen. In het geval van certificaten van aandelen kunnen naar mijn mening gezien het voorgaande wel de volgende algemene regels gehanteerd worden:
Het ontbreken van zeggenschap leidt niet tot een waardedrukkend effect indien de onderliggende aandelen (evenals de certificaten) voor de houder hiervan de betekenis van een belegging hebben (kort gezegd bij een minderheidspakket). Van een dergelijk waardedrukkend effect kan wel sprake zijn indien de aandelen de betekenis hebben van in een eigen onderneming gestoken vermogen (kort gezegd bij een volledig of meerderheidspakket).
De omstandigheid dat een certificaathouder overheersende zeggenschap heeft, kan slechts een waardebepalende factor zijn indien de omstandigheid waaraan die zeggenschap ontleend wordt (zoals het zijn van bestuurder van de STAK), voortvloeit uit het bezit van de certificaten en dus ook overgaat op een verkrijger hiervan.
Op vergelijkbare wijze kan de omstandigheid dat de certificaathouder dergelijke zeggenschap heeft als lid van een samenwerkende groep (op het niveau van de STAK) slechts betekenis hebben indien reëel verwacht kan worden dat een gegadigde voor de certificaten deel uit kan gaan maken van de samenwerkende groep. Daarnaast kan de aanwezigheid van een samenwerkende groep van invloed zijn op de waardering, indien reëel verwacht kan worden dat de andere leden van de samenwerkende groep gegadigden zouden zijn voor de certificaten (en bereid zouden zijn om daarvoor een hogere prijs te betalen).
Incourantheid van de certificaten kan slechts een factor zijn om rekening mee te houden indien hiermee nog niet bij de waardering van de onderliggende aandelen rekening is gehouden (hetgeen bij een minderheidspakket aandelen in principe het geval is).
Beperkingen in de overdraagbaarheid in de vorm van blokkeringsregelingen of kwaliteitseisen zullen doorgaans niet leiden tot een lagere waarde van de certificaten. Dit zou naar mijn mening echter wel het geval moeten zijn indien de overdraagbaarheid (nagenoeg) geheel is uitgesloten.
Het ontbreken van een doorstootverplichting zou ten slotte mijns inziens ook terug moeten komen in de waardering van de certificaten, met dien verstande dat deze altijd enige waarde zullen houden.
De waardering van de certificaten blijft echter in alle gevallen een zeer feitelijke aangelegenheid.