Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/6.2.2:6.2.2 Het algemeen nut van rsli’s
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/6.2.2
6.2.2 Het algemeen nut van rsli’s
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633484:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II, 2017/18, 34785, nr. 74, p. 2, antwoord op vraag 1 en 2.
Zie de bijlage bij Mei 2019 en Augustus 2019.
Gedoeld wordt hier op het niet opnemen van de namen van bestuursleden op de website en minder financiële verantwoording. Zie de bijlage bij Augustus 2019 en de bijbehorende voetnoot.
Zie de bijlage bij Augustus 2019.
Kamerstukken II, 2017/18, 34785, nr. 74, p. 2, antwoord op vraag 3 en 4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Per 1 januari 2018 waren volgens de staatssecretaris van de ruim 45.000 instellingen met een anbi-status er 9600 religieuze instellingen (ruim 21 procent).1 Uit persoonlijke navraag bij het anbi-team blijkt dat het per 15 mei 2019 om 9946 religieuze instellingen gaat van de in totaal 10.844 instellingen in de categorie rsl.2 Van de overige 898 instellingen in deze categorie kan het anbi-team niet aangeven hoeveel daarvan levensbeschouwelijke en spirituele instellingen zijn. Op mijn vraag aan het anbi-team waarom het aantal religieuze instellingen wel kan worden gespecificeerd maar het aantal levensbeschouwelijke en spirituele instellingen niet, antwoordt het anbi-team: “Het aantal kerkelijke instellingen kon wel gespecifieerd worden omdat deze groep moet voldoen aan andere regels ten aanzien van transparantie3 over gegevens en daarom wel onderdeel uitmaakt van de management informatie.”4 In de bestanden bij de Belastingdienst over anbi’s wordt volgens de staatssecretaris binnen de categorie rsl geen nader onderscheid gemaakt naar (welke) religie, spiritualiteit en levensbeschouwing, zodat geen cijfers bekend zijn hoeveel instellingen per religie, spiritualiteit en levensbeschouwing een anbi-status hebben.5
Zoals hiervoor al vermeld, moet – omdat de wet geen nadere definitie van het begrip algemeen nut bevat – de inhoud van dit begrip uit de wetsgeschiedenis en de jurisprudentie worden afgeleid. Wat laten de wetsgeschiedenis en jurisprudentie zien over het algemeen nut van rsli’s? Ik besteed ook aandacht aan wat er in de literatuur hierover wordt gezegd.
6.2.2.1 Wetsgeschiedenis ten aanzien van het algemeen nut van rsli’s6.2.2.2 Jurisprudentie over het algemeen nut van rsli’s6.2.2.3 Literatuur over het algemeen nut van rsli’s6.2.2.4 Een eerste conclusie algemeen nut van rsli’s