Einde inhoudsopgave
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/4.3.1
4.3.1 Toe-eigening
Johanna Bernadine Spath, datum 01-04-2010
- Datum
01-04-2010
- Auteur
Johanna Bernadine Spath
- JCDI
JCDI:ADS622597:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie Parl. Gesch. Boek 5, p. 74.
Vgl. Suijling 1940, p. 237: 'Niet omdat de occupant eigenaar wil worden, maar omdat hij de zaak, waarvan hij verondersteld wordt eigenaar te willen worden, in zijn macht brengt, verleent art. 640 hem den eigendom'; Diephuis 1886, p. 39: 'En met die daad is de toeëigening voltooid en, zonder dat het bezit eerst eenigen tijd behoeft te hebben voortgeduurd, de eigendom verkregen, die nu behouden wordt, totdat hij weder ten gevolge van een nieuw feit wordt verloren.'
Zie Pitlo/Reehuis 2006, nr. 94. Zie hierover ook De Jong 2006, nr. 90 e.v. en Jansen 2005 (2007), p. 50-51 en J.E. Jansen 2007-I, p. 85.
Zie ook J.E. Jansen 2007-I.
Zie De Jong 2006, nr. 95; Jansen 2005 (2007), p. 67-69.
101.
Door een zaak die aan niemand toebehoort onder zich te nemen met de bedoeling het bezit te verkrijgen, wordt men op grond van art. 5:4 BW eigenaar. Meijers noemt dit de meest oorspronkelijke wijze van eigendomsverkrijging van een zaak.1 De verkrijging van de macht met de bedoeling de zaak voor zichzelf te houden, gepaard gaande met het feit dat niemand anders eigenaar/bezitter is van een roerende zaak, is voor het recht reden om eigendom toe te kennen.2 De res nullius die buiten het recht stond, kan vanaf dat moment een rol spelen in het goederenrecht, waarbij in beginsel een volledig eigendomsrecht wordt verkregen.
Een uitzondering op deze slotsom bestaat volgens Reehuis in het volgende geval. De eigenaar van een bezwaarde zaak geeft het bezit prijs, waarna een derde de eigendom verkrijgt door inbezitneming. Dit leidt naar zijn mening tot verkrijging van belaste eigendom, omdat de derelictie geen gevolg heeft voor een op de zaak gevestigd beperkt recht.3 Deze opvatting brengt echter mee dat in de periode tussen het prijsgeven van de eigendom door de een en het verkrijgen van de eigendom van de ander, een beperkt recht bestaat zonder dat een meer omvattend recht kan worden aangewezen waar dit van is afgeleid. Het is de vraag of dit, gezien art. 3:81 lid 2 onder a BW, systematisch mogelijk is.4 Een ontkennend antwoord laat dan twee mogelijkheden over. Het is óf niet mogelijk om afstand te doen van een bezwaard eigendomsrecht, óf dit is wel mogelijk, maar dit leidt dan tevens tot het einde van het beperkte recht. Dit laatste kan de beperkt gerechtigde een vordering uit onrechtmatige daad of wanprestatie opleveren ten opzichte van de hoofdgerechtigde. Ongeacht deze keuze, moet mijns inziens worden aangenomen dat derelictie en daarmee inbezitneming alleen kunnen ten aanzien van de volledige eigendom en dat het op grond van art. 5:4 BW verkregen recht steeds onbezwaard is. In de literatuur wordt echter ook verdedigd dat het beperkte recht wel in stand blijft en dat degene die de zaak daarna inbezitneemt, belaste eigendom verkrijgt.5 Daarbij is dan sprake van een originaire verkrijging van een met een beperkt recht belast recht.