Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/5.6.1
5.6.1 Ontwikkeling van de LLP
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS393104:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Explanatory notes, 6 April 2000, Bill 108-EN, par. 7. Niet duidelijk is welke beroepen dit betreft.
Trade and Industry Select Committee (1999), 'Fourth report: Draft Limited Liability Partnership Bill, HC 59 1998-99', onder punt 23.
Freedman, J. (2004), `Limited Liability Partnerships in the United Kingdom: Do They Have a Role for Small Firms? in: J.A. McCahery et al. (2004), supra noot 1, blz. 293-316.
Trade and Industry Select Committee (1999), supra noot 50, onder punt 16. Op dat moment waren Ernst& Young en PriceWaterhouseCoopers wetgeving voor Jersey aan het opstellen voor de introductie van een LLP. Zij dreigden hun vennootschappen op te richten onder het recht van Jersey als het Verenigd Koninkrijk niet zelf met een LLP zou komen. Halverwege 1996 werd duidelijk dat de LLP-vorm onder Jersey recht door grote professionele personenvennootschappen serieus werd overwogen. Daarnaast zouden deze vennootschappen, in de situatie dat de Jersey-LLP nadelen met zich zou brengen, ervoor kunnen kiezen om zich tot andere jurisdicties te wenden. Zie hiervoor: Trade and Industry Select Committee (1999), supra noot 50, onder punt 26.
Trade and Industry Select Committee (1999), supra noot 50, onder punt 15.
In het Verenigd Koninkrijk ondervonden de beoefenaren van het vrije beroep over het algemeen serieuze problemen door de onbeperkte aansprakelijkheid, die gepaard gaat met de personenvennootschapsvorm. Als gevolg van regels en richtlijnen van beroepsorganisaties konden sommige beroepsbeoefenaren alleen de personenvennootschapsvorm aannemen.1 Voor advocaten en accountants was de kapitaalvennootschapsvorm wel beschikbaar, maar zij waren niet erg geïnteresseerd in deze rechtsvorm. De achterliggende reden hiervoor was waarschijnlijk de behoefte om de flexibele interne structuur te behouden:
`One obvious solution to the problems set out is for partnerships to incorporate as limited liability companies. A number have done so, particularly in the construction and related professions. It has not however proved so popular among other professions, despite their having sought changes in the law to permit such incorporation. (...) Only around twenty solicitors farms are estimated to have incorporated, and around one hundred accountancy farms, including KPMG. The reasons advanced in evidence to us and in responses to the DTI — the desire to retain the highly flexible management structure appropriate to an organisation where there is a commonality of interest between capital and management, and a shared motivation — suggest that there is a real demand for a vehicle combining these features in internal organisation, with some at least of the extern al features of a company, including in particular limited liability'.2
De onbeperkte aansprakelijkheid dreef de vrije beroepsbeoefenaren echter steeds meer in het nauw. Een algemene toename in de aansprakelijkheidstelling als gevolg van professionele nalatigheid en een toename van de omvang van de claims baarden de professionals grote zorgen. Door de groei van de grootte van de personenvennootschappen werd het onmogelijk om het handelen van alle medevennoten in de gaten te houden. Ook ontstond de tendens onder vennoten om zich te specialiseren en kwamen er steeds meer verschillende beroepen samen binnen de vennootschap. De mogelijkheid voor vennoten om onderling toezicht te houden nam drastisch af door het gebrek aan kennis over zoveel van elkaar afwijkende onderwerpen. Daarbij ondervonden de vrije beroepsbeoefenaren ook problemen op het gebied van de aansprakelijkheidsverzekering. Verzekeraars vroegen buitensporige premies voor hun aansprakelijkheidsverzekeringen en stelden limieten aan het verzekerde bedrag. Voor sommige categorieën van werk werd zelfs helemaal geen aansprakelijkheidsverzekering aangeboden, omdat het werk te veel onvoorziene risico's met zich bracht. De kans dat een toegewezen claim boven het verzekerde bedrag uitkwam was groot, waardoor het privé-vermogen van de vennoten sneller aangesproken zou kunnen worden. Deze ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk hebben ervoor gezorgd dat vrije beroepsbeoefenaren, en voornamelijk accountants, hebben gelobbyd voor een nieuwe rechtsvorm, waarin de flexibiliteit van de personenvennootschapsvorm kon worden gecombineerd met de voordelen van de beperkte aansprakelijkheid, zoals bij de kapitaalvennootschapsvorm. De grote accountantskantoren hadden in de Verenigde Staten gezien hoe de LLPvorm hun had geholpen, waardoor zij op introductie van deze rechtsvorm in het Verenigd Koninkrijk aandrongen.3
In 1996 werd er door het Common Law Team van de Law Commission een onderzoek verricht naar de onbeperkte hoofdelijke aansprakelijkheid. Onderwerp van het onderzoek was of er goed onderbouwde gronden waren om de onbeperkte hoofdelijke aansprakelijkheid van met name vrije beroepsbeoefenaren te vervangen door een systeem van bijvoorbeeld proportionele aansprakelijkheid. Het DTI greep de kans aan om tegelijkertijd te achterhalen of een eventuele introductie van de LLP in het Verenigd Koninkrijk wenselijk werd geacht. Het DTI vreesde dat wanneer een LLP niet geïntroduceerd zou worden een uittocht van grote accountantskantoren naar andere jurisdicties zou plaatsvinden: 'In this respect however the UK is not an island. Other jurisdictions offer attractive vehicles for those seeking a change in their liability exposure. If nothing is done, we cannot but share the candid assessment in the Government's drafi Regulatory Impact Assessment that — "it is likely that some of the major professional firms, in particular large accountancy firms, will register under similar regimes to that proposed but offshore" '.4 Daarnaast was het DTI bang dat jonge en competente vrije beroepsbeoefenaren, uit vrees dat hun privé-vermogen zou worden aangesproken, niet meer bereid zouden zijn om toe te treden tot een vennootschap met de rechtsvorm van een personenvennootschap. Ook het mogelijke effect dat de vrije beroepsbeoefenaren door de onbeperkte aansprakelijkheid niet langer risicovolle activiteiten en werkzaamheden zouden willen uitvoeren of dit zouden doen op zodanige wijze dat de kans op aansprakelijkheid zou worden geminimaliseerd, baarde het DTI zorgen. Verder werden de torenhoge premies voor aansprakelijkheidsverzekeringen afgewenteld op de cliënten waardoor de kosten van de werkzaamheden van de vrije beroepsbeoefenaren de pan uitrezen.5