De grenzen voorbij
Einde inhoudsopgave
De grenzen voorbij (NJV 2019-1) 2019/4.5.7:4.5.7 Onevenwichtige interne verantwoordelijkheidsverdeling
De grenzen voorbij (NJV 2019-1) 2019/4.5.7
4.5.7 Onevenwichtige interne verantwoordelijkheidsverdeling
Documentgegevens:
mr. dr. M.H.A. Strik, prof. mr. A.B. Terlouw, datum 01-05-2019
- Datum
01-05-2019
- Auteur
mr. dr. M.H.A. Strik, prof. mr. A.B. Terlouw
- JCDI
JCDI:ADS381189:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Internationaal publiekrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De facto is daar al sprake van. Neem de euro. Ook wat betreft het Gemeenschappelijk Veiligheids- en defensiebeleid trekken niet alle lidstaten met dezelfde snelheid op. En ook in het GEAS gelden al twee snelheden. Denemarken is niet gebonden aan EU-regels op het punt van asiel en Ierland en het Verenigd Koninkrijk kunnen kiezen of ze meedoen.
Guild et al. 2015.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Dublinsysteem van verantwoordelijkheidsverdeling binnen de EU is niet op het beginsel van solidariteit en op verkeerde premissen gebaseerd. Er is geen volledige harmonisatie van de asielsystemen in Europa en zelfs als die zou worden bereikt, zijn er andere redenen voor asielzoekers om de voorkeur te hebben voor bepaalde lidstaten, zoals welvaart, werkgelegenheid, aanwezigheid van familieleden of landgenoten, opleidingsmogelijkheden, gezondheidszorg. Het is te verwachten dat onder Dublin IV de verantwoordelijkheid nog eenzijdiger en voor nog langere tijd zal worden gelegd bij het land van eerste binnenkomst. Dit vergroot het risico dat in een aantal gevallen geen enkele lidstaat de verantwoordelijkheid neemt of dat deze in sommige gevallen wordt afgekocht.
Ervan uitgaande dat asielzoekers Europa zullen blijven bereiken, is de vraag: wat kan wel? Het ene voorstel volgt het andere op. In grote lijnen kan worden gekozen voor minder of meer EU.
Als lidstaten als Hongarije, Polen en Oostenrijk zich tegen verplichtingen op het terrein van migratie blijven verzetten en lidstaten zoals Hongarije en Slowakije eraan blijven vasthouden dat ze alleen christelijke asielzoekers willen opnemen, moet misschien worden gekozen voor de EU van meerdere snelheden.1 Dat is terug naar af en het heeft zeker niet de voorkeur maar het kan noodzakelijk zijn om de solidariteit tussen de lidstaten die daartoe wel bereid zijn, overeind te houden. Ook in dit geval moeten knopen worden doorgehakt over vragen als: wat is solidair, wat is een gelijke of eerlijke verdeling, in hoeverre kan rekening worden gehouden met de wensen van de asielzoeker en met de behoeften van de arbeidsmarkt van verschillende lidstaten, hoe wordt voorkomen dat een selectie op nationaliteit en religie plaatsvindt tussen de lidstaten? Als het wel zou lukken om alle lidstaten binnenboord te houden, zijn er meerdere scenario’s denkbaar. Allereerst zijn er verschillende gradaties mogelijk van geharmoniseerde uitvoering van het asielbeleid. Er kan gekozen worden voor nationale beoordeling van asielverzoeken met intensieve participatie van EU-ambtenaren van EASO, of er kan worden gekozen voor het overhevelen van de competentie om asielverzoeken te beoordelen naar het EU-niveau. Bij deze laatste optie zullen alle consequenties moeten worden doordacht, zoals de competentie van het EU Hof of Gerecht (misschien alleen in tweede instantie, na een nationale rechtsgang) en de organisatie van rechtsbijstand. Deze optie lijkt voorlopig niet haalbaar vanwege de grote praktische problemen die eraan zijn verbonden en het gebrek aan draagvlak voor zo’n verregaande overheveling van bevoegdheden aan de EU.2
Ook voor een meer evenredige verdeling van het aantal asielverzoeken bestaan minimaal twee opties. In de eerste plaats kan worden gedacht aan een verdeling van asielzoekers over de lidstaten die vervolgens de asielverzoeken behandelen conform de EU-regelgeving. Dit verdelingssysteem heeft de Commissie bepleit maar niet formeel voorgesteld wegens gebrek aan draagvlak bij de lidstaten. Het tweede scenario betreft een overheveling van bevoegdheden aan de EU. In dat geval zou een Europese IND de asielverzoeken aan de buitengrens behandelen, waarna statushouders worden verdeeld over de lidstaten volgens een overeengekomen verdeelsleutel. Beide scenario’s vereisen verdere harmonisatie van het EU- asielbeleid, hetzij door implementatie van de asielrichtlijnen hetzij door rechtstreeks werkende verordeningen. In beide gevallen zal daarnaast intensief toezicht door de Europese Commissie nodig zijn en moeten inbreukprocedures worden gevoerd en prejudiciële vragen door nationale rechters worden gesteld om rechtseenheid te bevorderen.
Gelet op de nog altijd bestaande grote verschillen in rechtssystemen binnen de EU en de afhankelijkheid van nationale politieke wil, is de kans op betere verdelingsafspraken en meer harmonisatie echter niet groot. De aanwijzingen voor hernieuwde nadruk op de nationale soevereiniteit (denk aan het afsluiten van binnengrenzen) zijn momenteel aanmerkelijk groter dan de wil tot een gezamenlijke aanpak en een gedeelde verantwoordelijkheid voor de asielzoekers in de EU.