Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/2.4.1.4
2.4.1.4 Sancties
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193581:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Overweging 69 Icbe-Richtlijn.
COM(2012) 350 def., p. 7.
Opvallend genoeg geldt dat niet voor alle overtredingen van de Icbe-Richtlijn. De opsomming in de Richtlijn lijkt uitvoerig maar er zijn ook bepalingen die nadrukkelijk ontbreken, zoals de vereisten bij fusies, bij master- en feeder-icbe’s, de beloningsvereisten en algemene verplichtingen zoals het leenverbod, het verbod om instrumenten vanuit een ongedekte positie te verkopen, de waarderingsvereisten en het terugkoopvereiste. Met name deze laatste verplichtingen zijn van groot belang voor deelnemers en het is niet goed te begrijpen waarom deze verplichtingen niet gesanctioneerd hoeven te worden. Overtredingen van de beleggingsrichtlijnen en de informatieverplichtingen hoeven slechts bij herhaaldelijke overtreding tot een sanctie te leiden (art. 99 bis Icbe-Richtlijn).
ESMA34-45-651 en ESMA34-45-756.
ESMA34-45-651 p. 6 en 10 en ESMA34-45-756, p. 6.
De nationale toezichthouders hebben diverse bevoegdheden gekregen. Tot aan Icbe-Richtlijn IV was het aan lidstaten zelf om hier invulling aan te geven. In de Icbe-Richtlijn zelf was uitsluitend opgenomen dat autoriteiten ‘over alle nodige bevoegdheden en controlemogelijkheden’ dienen te beschikken ‘om hun taak naar behoren te kunnen vervullen’.1 Uiteindelijk vond de wetgever deze omschrijving echter onvoldoende. Om de doelmatigheid van het toezicht te garanderen en om ‘eenvormige handhaving van de Richtlijn in alle lidstaten te bewerkstelligen’ is een minimumpakket aan bevoegdheden opgenomen in Icbe-Richtlijn IV.2 Deze bevoegdheden zijn sinds Icbe-Richtlijn IV slechts beperkt gewijzigd en houden kort samengevat in dat toezichthouders ten minste de bevoegdheid hebben om de informatie te vergaren die zij nodig hebben om hun taken te vervullen.3
Een belangrijke bevoegdheid van toezichthouders is de mogelijkheid om sancties op te leggen. Uit onderzoek van de Europese Commissie en het college van toezichthouders (CESR) bleek dat de mogelijkheden van toezichthouders om sancties op te leggen per land sterk variëren.4 Dit betrof zowel de verschillen in de hoogte van de geldelijke sancties zoals geldboetes die op dezelfde categorieën van inbreuken stonden, als de criteria die van toepassing waren op het bepalen van de hoogte van administratieve sancties. Als gevolg hiervan waren de variaties in het niveau van het gebruik van sancties groot.
De Europese Commissie vond de verschillen tussen de lidstaten te groot en wilde deze verschillen verkleinen. Daarom zijn in Icbe-Richtlijn V minimumsancties opgenomen. Het was verdedigbaar geweest als de Europese Commissie meer richting had gegeven aan de wijze waarop toezichthouders hun taken invullen. Verschillen in opgelegde sancties kunnen immers ook voortvloeien uit verschillen in taakvervulling van de toezichthouders. Uiteraard zal een hogere sanctie afschrikwekkender werken dan een lagere sanctie. Het vergroten van de ‘pakkans’ zal echter eveneens effect kunnen hebben. Waarom de Europese Commissie slechts een van deze twee zaken heeft aangepakt, is mij onduidelijk.
Lidstaten moeten met de inwerkingtreding van Icbe-Richtlijn V voorschriften vaststellen ten aanzien van administratieve sancties en andere maatregelen die opgelegd kunnen worden aan personen en bedrijven die nationale bepalingen tot omzetting van de geconsolideerde Icbe-Richtlijn overtreden.5 Deze sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend te zijn.6 In Icbe-Richtlijn V is tevens opgenomen wanneer minimaal een sanctie opgelegd moet worden7, met welke omstandigheden rekening gehouden moet worden8, wat voor type sancties opgelegd kan worden en wat de minimale sancties zijn.9
In twee rapporten van ESMA uit 2019 waarin de sancties zijn vergeleken die in de verschillende lidstaten zijn opgelegd in 2016, 2017 en 2018, komt nog steeds naar voren dat de variaties in opgelegde sancties groot zijn.10 De Ierse toezichthouder heeft in geen van de jaren een sanctie opgelegd, de Luxemburgse toezichthouder in 2016 1, in 2017 19 en in 2018 2 met een totale boetewaarde van EUR 267.000.11