Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/2.1.2
2.1.2 Optionele vrijstellingsregeling
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85612:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In de zin van art. 4 lid 1, punt 21 Richtlijn 2014/65/EU.
In de zin van art. 3, punt 1 Richtlijn 2013/36/EU en die geen kredietinstelling als bedoeld in art. 2 lid 5 van die richtlijn zijn.
In de zin van art. 2 lid 1 Richtlijn 1991/674/EEG (gewijzigd bij Richtlijn 2006/46/EG).
Art. 2, punt 10 respectievelijk punt 9 Richtlijn 2013/34/EU. Ik heb mij met de weergegeven omschrijvingen mede gebaseerd op de Engelse, Franse en Duitse tekst van de richtlijn, omdat de Nederlandse tekst misverstand oproept door het gebruik van de terminologie zeggenschap (onderneming waarover een moederonderneming zeggenschap heeft; onderneming die zeggenschap heeft over een of meer dochterondernemingen).
Art. 2, punt 12 Richtlijn 2013/34/EU. In de Franse tekst van de EU richtlijn jaarrekeningen gaat het om ‘entreprises liées’, in de Engelse tekst om ‘affiliated undertakings’ en in de Duitse tekst over ‘verbundene Unternehmen’.
De in de EU richtlijn jaarrekeningen opgenomen optionele vrijstellingsregeling luidt in de Nederlandse tekst van de EU richtlijn jaarrekeningen als volgt1:
Niettegenstaande het bepaalde in Richtlijnen 2017/1132/EG is een lidstaat niet gehouden de voorschriften van deze richtlijn betreffende de inhoud, de controle en de openbaarmaking van de jaarlijkse financiële overzichten en het bestuursverslag toe te passen op onder zijn nationale recht vallende ondernemingen die een dochteronderneming zijn, indien de volgende voorwaarden vervuld zijn:
de moederonderneming valt onder het recht van een lidstaat;
alle aandeelhouders of vennoten van de dochteronderneming hebben zich, met betrekking tot elk boekjaar waarin de vrijstelling wordt toegepast, akkoord verklaard met de vrijstelling van dergelijke verplichting;
de moederonderneming heeft zich garant verklaard voor de door de dochteronderneming aangegane verplichtingen;
de in de punten 2) en 3) bedoelde verklaringen worden door de dochteronderneming openbaar gemaakt op de wijze die in de wetgeving van de lidstaat overeenkomstig Hoofdstuk III Richtlijn 2017/1132/EU is vastgesteld;
de dochteronderneming is opgenomen in de geconsolideerde financiële overzichten die door de moederonderneming overeenkomstig deze richtlijn worden opgesteld;
van de vrijstelling wordt melding gemaakt in de toelichting bij de door de moederonderneming opgestelde geconsolideerde financiële overzichten; en
de in punt 5) van dit artikel bedoelde geconsolideerde financiële overzichten, het geconsolideerde bestuursverslag en de controleverklaring2 worden door de dochteronderneming openbaar gemaakt op de wijze die in de wetgeving van de lidstaat overeenkomstig Hoofdstuk III Richtlijn 2017/1132/EU is vastgesteld.
De hiervoor weergegeven woordkeuze komt overwegend overeen met de woordkeuze in de andere drie lidstaten. De voorwaarde als beschreven onder 3) is in de Duitse tekst van de EU richtlijn jaarrekeningen enigszins afwijkend geformuleerd:
3) das Mutterunternehmen hat sich bereit erklärt, für die von dem Tochterunternehmen eingegangenen Verpflichtungen einzustehen;
In art. 40 Richtlijn 2013/34/EU is de vrijstelling uitgesloten voor onder de werking van Richtlijn 2013/34/EU vallende ondernemingen die dochteronderneming zijn indien zij een organisatie van openbaar belang zijn. Onder organisaties van openbaar belang worden in de richtlijn verstaan a) onder het recht van een lidstaat vallende ondernemingen met effecten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt van een lidstaat3, b) banken4, c) verzekeringson dernemingen5, en d) door lidstaten als organisatie van openbaar belang aangemerkte ondernemingen bijvoorbeeld die van groot algemeen belang als gevolg van de aard van hun bedrijfsactiviteiten, hun omvang of de grootte van het personeelsbestand (art. 2, punt 1 Richtlijn 2013/34/EU).
Wat onder een dochteronderneming respectievelijk een moederonderneming moet worden verstaan is omschreven in de richtlijn. Een dochteronderneming is een door een moederonderneming beheerste onderneming met inbegrip van elke dochteronderneming van een uiteindelijke moederonderneming; een moederonderneming is een onderneming die een of meer dochterondernemingen beheerst.6 Een moederonderneming en al haar dochterondernemingen worden in de richtlijn gezamenlijk genoemd groep (art. 2, punt 11 Richtlijn 2013/34/ EU). Zijn binnen een groep twee of meer ondernemingen verbonden dan wordt over verbonden ondernemingen7 gesproken. Aan de relatie moeder-/dochteronderneming is in de EU richtlijn jaarrekeningen voor de moederonderneming normaal gesproken consolidatieplicht verbonden.